De gemeente kan riolering aanleggen in een stuk grond zónder dat ze de eigendom van die grond heeft of wil verwerven. Maar zij heeft wel altijd een bepaalde mate van zeggenschap over de grond nodig. De gemeente kan deze zeggenschap krijgen via:

  • het opstalrecht (inclusief 'natrekking');
  • het sluiten van een overeenkomst;
  • het opleggen van een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Het opstalrecht

Voor rioleringswerkzaamheden in andermans grond kan de gemeente een recht van opstal vestigen. Dat is een zogeheten zakelijk recht om in, op of boven een onroerende zaak van een ander gebouwen, beplantingen, maar ook werken in eigendom te hebben of krijgen (art. 5:101 BW). Het opstalrecht houdt dus niet alleen in dat de eigenaar in, op of boven zijn onroerende zaak de aanwezigheid van bepaalde werken en gebouwen moet dulden, maar ook dat de opstaller eigenaar is van deze werken en gebouwen. Omdat het opstalrecht een zakelijk recht is, geldt dit ook voor volgende rechthebbenden op de ondergrond, zoals een eventuele koper.

Natrekking

De vraag is of er gezien de regeling in het Burgerlijk Wetboek over de 'bevoegde aanlegger' (zie kader in Wettelijke noodzaak riolering) nog wel plaats is voor een opstalrecht? Volgens die regeling immers is de gemeente eigenaar van de leiding in particuliere grond. Kan afwijken dan nog wel? Er zijn wat dit betreft twee situaties mogelijk:

  • De gemeente is bevoegde aanlegger en daarmee dus eigenaar van de leidingen in de grond. Als er toch een wens tot splitsen zou bestaan om de eigendom van de leiding aan de particuliere eigenaar over te dragen, zou dat via overdracht (bijvoorbeeld door verkoop) van dat deel van de leiding kunnen. Voorwaarde is dan wel dat dit deel van de leiding als een zelfstandige onroerende zaak is te beschouwen. Dit kan omdat de wetgever met de regeling van de bevoegde aanlegger niet de eigendom- en beheersituatie van rioolnetten wilde veranderen (zie kader in Wettelijke noodzaak riolering). Van belang hierbij is wel dat de begrenzing van het net duidelijk wordt uit een gemeentelijke verordening waarin "wordt bepaald wat tot het hoofdriool behoort en waar de huisaansluiting, die eigendom is van de huiseigenaar, begint." Bij eventuele overdracht is wel van belang dat dit plaatsvindt via een tussen partijen opgemaakte notariële leveringsakte en inschrijving daarvan in de openbare registers (art. 3:89 lid 1 BW).
  • Het kan ook zijn dat de gemeente geen bevoegde aanlegger is in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Bijvoorbeeld als een projectontwikkelaar zelf gronden ontwikkelt (dus niet in opdracht van de gemeente) en daarbij riolering aanlegt. Als de gemeente in zo’n situatie toch eigenaar zou willen worden van de leiding in de particuliere grond, dan kan een opstalrecht uitkomst bieden.

Vestigingsakte

Een opstalrecht ontstaat door vestiging. Hiervoor moet een notaris een vestigingsakte opmaken die in de openbare registers moet worden ingeschreven (art. 3:98 BW). In de vestigingsakte kan staan dat de opstaller de eigenaar al dan niet periodiek een geldsom (de retributie) moet betalen. Bij de vestiging van een opstalrecht moet de gemeente ook aandacht besteden aan de aansprakelijkheid van de grondeigenaar. Meestal staat in de vestigingsakte een extra bepaling waaruit blijkt dat de grondeigenaar alleen aansprakelijk is voor schade aan de riolering als hem opzet of grove schuld is te verwijten bij werkzaamheden op zijn grond. Dit impliceert dat de gemeente als rioleringsbeheerder in principe alle schade voor haar rekening neemt.

Erfdienstbaarheid

In de regel is ook een erfdienstbaarheid nodig, zodat de gemeente bijvoorbeeld de grond van de perceeleigenaar mag gebruiken om eventueel onderhoud uit te voeren. Beide zakelijke rechten komen dan ook vaak naast elkaar voor. Maar het is ook mogelijk om de gebruiksrechten op te nemen in het opstalrecht. Dan is één notariële akte voldoende.

Het sluiten van een overeenkomst

De gemeente en de eigenaar van de grond waarin zij de werkzaamheden laat uitvoeren, kunnen ook in een overeenkomst afspraken maken over de aanleg en het beheer van de riolering. Deze afspraken zijn in principe niet bindend voor anderen (rechtsopvolgers van de eigenaar onder bijzondere titel). Wil de gemeente dat wel, dan moet zij bedingen dat in de overeenkomst een zogenaamde kwalitatieve verplichting komt (zie Zeggenschap over de grond voor werkzaamheden vanaf andermans grond).

Gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht

Voor rioleringswerkzaamheden in andermans grond kan de minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht een gedoogplicht opleggen (zie Zeggenschap over de grond voor werkzaamheden vanaf andermans grond).

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel