Uit de Atlas voor de lokale lasten 2018 van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) blijkt dat:

  • circa 37% van de bevolking alleen een gebruikersrioolheffing betaalt;
  • circa 39% van de bevolking alleen een eigenarenrioolheffing betaalt;
  • circa 24% van de bevolking een gebruikers- en eigenarenrioolrecht betaalt.

De keuze van een heffingsmaatstaf voor gebruikers hangt vooral af van het profijt dat de gebruikers van de riolering hebben en de kosten die hun gebruik veroorzaakt.

Gelijkheidsbeginsel

Er moet een relatie bestaan tussen de mate van gebruik van de riolering en de hoogte van de rioolheffing. Maar deze relatie mag niet onevenredig zijn. Waar de gemeente vooral op moet letten, is de verhouding tussen de heffing van woningen en niet-woningen. Zij kan bijvoorbeeld wel voor elke woning dezelfde heffingsmaatstaf gebruiken en dus hetzelfde belastingbedrag hanteren. Maar het is moeilijk uit te leggen dat zij voor woningen en grote industrieën hetzelfde belastingbedrag toepast. Met andere woorden, gelijke gevallen moet zij gelijk behandelen en ongelijke gevallen moet zij ongelijk behandelen naar de mate van hun ongelijkheid. Hiervan mag de gemeente alleen afwijken als daarvoor een objectieve reden is. Zij kan hierbij een zekere doelmatigheid nastreven, niet elk verschil hoeft zij in de heffing mee te nemen. Er mag sprake zijn van een zekere ‘ruwheid’.

Mogelijke heffingsmaatstaven

Bij de heffing van gebruikers kunt u denken aan de volgende heffingsmaatstaven:

  1. Vast bedrag per perceel, soms uitgewerkt in:
    - een vast bedrag per woning;
    - een vast bedrag per niet-woning, afhankelijk van de aard en het gebruik van de niet-woning;
    - een vast bedrag afhankelijk van de omvang van het huishouden.
  2. Bedrag afhankelijk van hoeveelheid geloosd afvalwater of waterverbruik
  3. Vast bedrag met toeslag voor waterverbruik
  4. Vast bedrag per woning en voor niet-woningen een bedrag afhankelijk van hoeveelheid geloosd afvalwater of waterverbruik
  5. Bedrag afhankelijk van de omvang van het huishouden
  6. Bedrag afhankelijk van de waarde in het economische verkeer

Tegenbewijsregeling

Bij de heffingsmaatstaven waterverbruik en oppervlakte of kavelgrootte moet de verordening voorzien in een zogenaamde tegenbewijsregeling. In individuele gevallen kan de heffingsmaatstaf willekeurig en onredelijk uitvallen. Een grote kavel kan voor 90% onbebouwd zijn en geen gemeentelijke voorzieningen gebruiken. Als de gemeente voor dat perceel toch de hele kavel als basis voor de heffing neemt, komt de redelijkheid in het geding. Hetzelfde geldt voor percelen die het toegevoerde water in belangrijke mate niet afvoeren. Een tegenbewijsregeling, waarbij de belanghebbende aannemelijk moet maken dat sprake is van een dergelijke situatie, verstevigt de juridische basis van de heffing.

Meestvoorkomende gebruikersheffingen

Volgens de COELO-Atlas 2018 gebruiken gemeenten in de praktijk vooral:

  • een vast bedrag (40% van de bevolking);
  • een bedrag afhankelijk van het waterverbruik (9% van de bevolking);
  • een bedrag afhankelijk van de omvang van het huishouden (10% van de bevolking);
  • een bedrag afhankelijk van de waarde in het economische verkeer (5% van de bevolking).

De overige gemeenten kennen geen gebruikersheffing.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel