Uit de Atlas voor de lokale lasten 2018 van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) blijkt dat:

  • circa 37% van de bevolking alleen een gebruikersrioolheffing betaalt;
  • circa 39% van de bevolking alleen een eigenarenrioolheffing betaalt;
  • circa 24% van de bevolking een gebruikers- en eigenarenrioolrecht betaalt.

Het gebruik van de riolering door de eigenaar is volgens jurisprudentie: het genot dat de eigenaar heeft van de aanwezigheid van de aansluiting op de gemeentelijke riolering. Dit omdat een aansluiting de gebruikswaarde van zijn perceel verhoogt. Bij het vaststellen van de heffingsmaatstaf voor de eigenaar gaat het dus om de rioolaansluiting op zich. Als de gemeente kiest voor tariefdifferentiatie, hoeft zij de tarieven niet afhankelijk te stellen van de grootte van het voordeel dat de eigenaar heeft bij de aansluiting. Andere vormen van tariefdifferentiatie zijn toegestaan. Het lozen van afvalwater in het riool is geen heffingsmaatstaf voor de eigenaar. Ook mag het tarief niet afhankelijk zijn van het gebruik van de riolering (dus van de hoeveelheid afvalwater). Voor de eigenarenheffing is het niet relevant of de aansluiting daadwerkelijk wordt gebruikt.

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)

In een aantal procedures is de vraag gesteld of het opleggen van de rioolheffing aan de eigenaren van percelen of onroerende zaken strijdig is met de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), of liever, dat de gemeente de rioolheffing verplicht aan de gebruiker moet opleggen. De KRW gaat uit van het principe ‘de vervuiler betaalt’. Dit betekent in feite: degene die water inneemt en loost, moet ook de belastingen daarover betalen. Het Hof Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2016:5428) geeft aan dat de rioolheffing niet alleen de kosten voor inzameling en transport van afvalwater van de gebruiker van een perceel moet dekken, maar ook de kosten van inzameling en verwerking van het hemelwater én de kosten van beheer en onderhoud van het rioolstelsel. Van de laatste twee kostenposten is niet zonder meer aan te nemen dat uit de toepassing van het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ volgt dat deze aan de gebruiker en niet aan de eigenaar van een perceel zijn toe te rekenen. Bij hemelwater valt eigenlijk geen vervuiler aan te wijzen. Het hof oordeelt dat lidstaten op grond van de KRW de kosten voor inzameling en transport van afvalwater van de gebruiker mogen terugwinnen bij de eigenaar. De advocaat-generaal van de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat de KRW niet inhoudt dat alleen aan gebruikers kan worden opgelegd. De doelstelling van de KRW wordt niet beter gediend als alleen aan gebruikers wordt opgelegd (ECLI:NL:PHR:2017:883). Uiteindelijk komt de Hoge Raad in zijn arrest van 8 december 2017 tot hetzelfde oordeel en bevestigt de zienswijze van het gerechtshof en de advocaat-generaal. (ECLI:NL:HR:2017:3082).

Mogelijke heffingsmaatstaven

Bij de eigenarenheffing kunt u denken aan de volgende heffingsmaatstaven:

  1. Vast bedrag per perceel of aansluiting
  2. Bedrag afhankelijk van de waarde in het economische verkeer
  3. Bedrag afhankelijk van de grootte van het bebouwde en verharde oppervlak of de kavelgrootte

Meestvoorkomende heffingsmaatstaven voor eigenaren

Volgens de COELO-Atlas 2018 heffen gemeenten in de praktijk:

  • een vast bedrag (53% van de bevolking);
  • een bedrag afhankelijk van de waarde in het economische verkeer (7% van de bevolking).

De overige gemeenten kennen geen eigenarenheffing. Meer specifieke gegevens over het gebruik van de verschillende heffingsmaatstaven zijn niet onderzocht.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel