De grondwaterstroming in stedelijk gebied is op een kleine ruimte complex. Dit komt door de vele invloeden, zoals verharding, beplanting, (verstoorde) bodemopbouw en ondergrondse infrastructuur. Hierdoor kan de grondwaterstand op een korte afstand sterk verschillen.
 
Volgens de Waterwet is de gemeente verantwoordelijk voor het freatische grondwater in de openbare ruimte. Voor ontwatering van stedelijk gebied is inzicht nodig in het grondwatersysteem en de bodemopbouw binnen een straat.
 
Het straatcunet onderscheidt vier typen bodemopbouw:
  • zandige toplaag;
  • klei-/veenlaag met integrale ophooglaag;
  • vergraven klei-/veenlaag;
  • cunettenmethode.

De figuren A t/m D geven deze vier typen bodemopbouw met bijbehorende grondwaterstroming weer.
 
Zandige toplaag


Figuur A Verloop grondwaterpeil bij drainage in straat met zandige toplaag
 
Onder de weg, de woning en de achtertuinen bevindt zich een goed doorlatende zandlaag van enkele meters dik. De woningen zijn gefundeerd op staal.
 
De grondwaterstand buiten het wegcunet komt overeen met of wordt in grote mate bepaald door de grondwaterstand in het wegcunet. De grondwaterstand in het wegcunet is afhankelijk van de staat van het riool, de aanwezigheid van drainage en de uitwisseling met oppervlaktewater.
 
Aanleg van drainage bij een dikke zandige toplaag heeft veel invloed op de grondwaterstand op particulier terrein. Dit komt door de goede doorlatendheid en de dikte van de toplaag.
 
Klei-/veenlaag met integrale ophooglaag


Figuur B Verloop grondwaterpeil bij drainage in straat met klei-/veenlaag met integrale ophooglaag (variërend van 0,3 m tot 1 m)
 
Boven op het oorspronkelijke maaiveld ligt een ophooglaag van zand, variërend van circa 0,3 tot 1 m. Voor de aanleg van het riool is bij de weg de klei- of veenlaag vervangen. Woningen zijn gefundeerd op palen.
 
De bovenkant van de slecht doorlatende klei-/veenlaag bepaalt in grote mate de grondwaterstand buiten het wegcunet. Omdat het overtollige water nauwelijks door deze laag heen kan, stroomt het door de ophooglaag naar het wegcunet. De bebouwing (een funderingsmuur) belemmert de afstroming van grondwater. Hierdoor stijgt de grondwaterstand onder de woningen en in de achtertuinen meer dan in het wegcunet.
 
Drainage in het wegcunet heeft vaak weinig invloed op de grondwaterstand in de achtertuinen. Dit komt omdat de ophooglaag meestal niet zo dik is. Hoe dikker de ophooglaag, hoe groter de invloed van de drainages.
 
Vergraven klei-/veenlaag


Figuur C Verloop grondwaterpeil bij drainage in straat met vergraven klei-/veenlaag
 
Boven op het oorspronkelijke maaiveld ligt een ophooglaag van zand, variërend van circa 0,3 tot 1 m. Bij de weg en de woning is de klei- of veenlaag vervangen. Woningen zijn gefundeerd op palen of op staal.
 
De grondwaterstand in het wegcunet en de mate van wateruitwisseling in de zandlaag onder de klei-/veenlaag bepalen de grondwaterstand onder de woning. De bovenkant van de slecht doorlatende klei-/veenlaag bepaalt in grote mate de grondwaterstand achter de woningen. Omdat het overtollige water nauwelijks door deze laag heen kan, stroomt het over de slecht doorlatende laag naar de woning en het wegcunet. De funderingsmuur belemmert de afstroming van grondwater. Hierdoor stijgt de grondwaterstand onder de woningen en in de achtertuinen meer dan in het wegcunet.
 
Drainage in het wegcunet heeft wel invloed op de grondwaterstand onder de woning, maar weinig op de achterterreinen. Dit komt omdat de ophooglaag in de achtertuin dun is of ontbreekt.
 
Lunettenmethode


Figuur D Verloop grondwaterpeil bij drainage in straat met klei-/veenlaag met cunettenmethode
 
Bij de weg en de woning is de oorspronkelijk toplaag van klei of veen over de achtertuinen verspreid. Aan de voor- en achterkant van de woning is de klei- of veenlaag niet vervangen, deze loopt door tot aan het maaiveld.
 
De grondwaterstand in het wegcunet heeft nauwelijks invloed op de grondwaterstand onder en achter de woningen; daar zijn vooral neerslag en verdamping bepalend voor de grondwaterstand. De slecht doorlatende klei-/veenlaag tussen het wegcunet en de woningen verhindert de afstroming van hemelwater vanaf de achtertuinen en onder de woning. De kruipruimte onder de woning functioneert als een badkuip. Het water in de kruipruimte kan moeilijk wegstromen.
 
Maatregelen in het openbare gebied kunnen een klein effect hebben op de grondwaterstand op particulier terrein. Bepalend hiervoor is de aan- of afwezigheid van klei/leem tot aan het maaiveld tussen de woning en het wegcunet. Als met het bouwrijp maken de klei tussen de woning en het wegcunet is blijven zitten, zal de invloed van drainage klein zijn. Om grondwateroverlast op particulier terrein te verhelpen, zijn dan aanvullende maatregelen op particulier terrein nodig (zie Particuliere aansluitingen)

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel