Grondwateronttrekkingen door bedrijven (waaronder ook drinkwaterbedrijven) kunnen de grondwaterstand verlagen. Wie hierdoor schade lijdt, kan direct bij de vergunninghouder een beroep doen op de schadevergoedingsregeling van de Waterwet (art. 7.18 Wtw).

Onttrekking stopzetten of verminderen

Als een bedrijf zijn onttrekking stopt of vermindert, is hij op grond van de Waterwet niet aansprakelijk voor de eventuele schade die hierdoor ontstaat. Denk aan de situatie in Delft waar Gist Brocades jaren geleden is gestopt met grondwateronttrekkingen en waar de rechtbank Den Haag oordeelde dat een vergunning geen verplichting schept om te blijven onttrekken. De betreffende onttrekkingsvergunning bevatte geen voorschriften om, bij beëindiging van de onttrekking, overlast en schade voor de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen ('nazorgvoorschriften'). Die optie is er overigens nadrukkelijk wel, maar in de praktijk komen zij nauwelijks of niet voor.

Voor het stopzetten of verminderen van een grondwateronttrekking kent de Waterwet geen schadevergoedingsregeling. De schadelijdende partij kan dan alleen nog proberen het (vertrekkende) bedrijf aansprakelijk te houden vanwege strijd met een onrechtmatige daad (OD) op grond van het Burgerlijk Wetboek. De kansen voor schadeverhaal zijn overigens erg beperkt aangezien een vergunning een recht geeft om te onttrekken en geen verplichting. Stoppen is dus niet in strijd met een wettelijke plicht, wat een voorwaarde is voor een succesvol beroep op een OD. (Zie ook Overlast door stopzetten grondwateronttrekking en Schade en aansprakelijkheid).
 

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel