Bij de aanleg en vervanging van stelselonderdelen is grondverzet onvermijdelijk. Sinds 1 juli 2008 is de Wet Informatie-Uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) van kracht, beter bekend als ‘de grondroerdersregeling’. Hierdoor is de grondroerder (of aannemer) wettelijk verplicht kabel- en leidinginformatie bij het Kadaster op te vragen, vóórdat hij gaat graven. Zo nodig moet hij voorzorgsmaatregelen treffen door bijvoorbeeld aanvullend onderzoek te doen naar de exacte ligging van de kabels en leidingen. Hierbij gaat het om mechanische werkzaamheden (op land en in water), zoals heien, aanleg en verwijdering van kabels en leidingen, het slaan van damwanden en diep-ploegen.
 
Zorgvuldig graven
De grondroerdersregeling bevat de plicht om graafwerkzaamheden zorgvuldig uit te voeren. Dat geldt voor alle partijen in de keten, dus voor de opdrachtgever, een eventuele (hoofd)aannemer en de grondroerder. Dit betekent dat de opdrachtgever de grondroerder voldoende tijd moet gunnen om zorgvuldig te graven, bijvoorbeeld door hiervoor in het bestek tijd en geld te reserveren.
 
Betrouwbare tekeningen
De netbeheerders moeten zorgen voor betrouwbare tekeningen. De gegevens over de ligging van hun kabels of leidingen moeten actueel, nauwkeurig en volledig zijn. Dit geldt ook voor kabels of leidingen die nog niet of niet meer in gebruik zijn. Huisaansluitingen vallen niet onder de grond-roerdersregeling.
 
Bodemverontreiniging vaststellen
Voorkom kostbare vertraging tijdens de uitvoering door vooraf eventuele bodemverontreinigingen op de geplande locatie vast te stellen. Dit kan met een gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. Verontreiniging kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een lekkend riool. In dat geval vindt u aanwijzingen in de Wet bodembescherming.
 
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel