Er zijn twee soorten geotextiel:
  • woven (platte doeken)
  • nonwoven (vliezen).

 

Functie
Geotextiel voorkomt menging van twee grondsoorten, of het voorkomt inloop in een infiltratieonderdeel. De openingen in het geotextiel moeten zijn afgestemd op de eigenschappen van de grondsoorten of onderdelen die het textiel moet scheiden. In theorie is vaak een gelaagd filter nodig als scheiding tussen een infiltratie-onderdeel en het cunetzand. Uit praktisch en financieel oogpunt (investering) kiest een gemeente echter veelal voor een enkellaags geotextiel. De kans op verstopping van het geotextiel neemt hierdoor toe.
Vanwege de ontwikkelingen in de kwaliteit van geotextielen zijn geen nadere specificaties opgenomen.
 
Oorzaken van verminderd functioneren
Het functioneren van het geotextiel neemt af door:

  • afname van de infiltratiecapaciteit. Geotextiel slibt voornamelijk dicht door de slibdeeltjes in het infiltrerende regenwater en door microbiologische afzettingen op de grens van bodem (water) en lucht. Een tweede oorzaak kan het intreden van bodemdeeltjes zijn (zoals cunetzand). Als ijzerrijk grondwater door het geotextiel in de infiltratievoorziening stroomt, kan het textiel dichtslibben door uitvlokking van ijzer.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel