Figuur A geeft het grondwatersysteem schematisch weer. Veel factoren beïnvloeden het functioneren van zo’n systeem, zoals:
  • de bodemopbouw;
  • de wijze van bouwrijp maken;
  • de historie (bijvoorbeeld of het riool vervangen is of de straat op oorspronkelijk aanleghoogte gebracht);
  • neerslag en verdamping;
  • de nabijheid en het peil van het oppervlaktewater;
  • kwel en inzijging;
  • verhard en onverhard oppervlak;
  • aanwezige begroeiing;
  • ondergrondse bouwwerken.

Figuur A Geohydrologische begrippen grondwatersysteem

 
Bodemlagen en watervoerende pakketten
De bodem bestaat uit verschillende lagen die afwisselend goed of minder goed doorlatend zijn. Grondsoorten als zand en grind zijn goed doorlatend, terwijl leem, klei en veen juist slecht doorlatend zijn. Tussen de slecht doorlatende lagen bevinden zich de zogenaamde watervoerende pakketten.
 
Freatisch grondwaterpeil en (on)verzadigde zones
Het freatische grondwaterpeil geeft aan vanaf waar de poriën volledig gevuld zijn met water. Onder dit peil ligt de verzadigde zone, erboven de onverzadigde zone. In de onverzadigde zone komt door capillaire werking (optrekkend) bodemvocht voor. Het verschil tussen bodemvocht en grondwater is dat de poriën bij grondwater volledig gevuld zijn en bij bodemvocht niet.
 
Inzijging en kwel
Afhankelijk van de drukverschillen in de afzonderlijke lagen is uitwisseling tussen de watervoerende pakketten mogelijk door de slecht doorlatende laag heen. Grondwater stroomt van plaatsen of bodemlagen met een hoge naar plaatsen met een lage druk, via de weg van de minste weerstand. Afhankelijk van de richting waarin water door de slecht doorlatende laag beweegt, is sprake van inzijging (naar beneden) of kwel (naar boven).
 
Infiltratie en evapotranspiratie
Infiltratie is het proces waarbij water vanaf het grondoppervlak de bodem ingaat. Planten en bomen nemen een deel van de neerslag op. Ook verdampen zij vocht; dit heet ‘evapotranspiratie’.
 
In stedelijk gebied bepalen drooglegging en ontwatering de eisen die aan grondwateroverlastmaatregelen gesteld worden (zie figuur B).


Figuur B Ont- en afwatering
 
Ontwatering
Ontwatering is de waterafvoer van percelen naar de grotere watergangen. Deze afvoer is mogelijk door natuurlijke stroming over of door de grond naar het oppervlaktewater, of door drainage.
 
Afwatering
Afwatering is het transport door een stelsel van sloten, grachten en kanalen naar de boezem, rivier of zee.
 
Drooglegging
Het hoogteverschil tussen de waterspiegel in een waterloop en het maaiveld.
 
Ontwateringsdiepte
Het hoogteverschil tussen het maaiveld en de grondwaterstand.
 
Opbolling
Het hoogteverschil tussen de waterstand in de ontwateringsmiddelen (watergang, drainageleiding) en de grondwaterstand tijdens een afvoersituatie.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel