Afhankelijk van de bron en de onderhoudsinspanning is er bij fonteinen in oppervlaktewater een gemiddeld risico op maag-darm-, luchtweg- of huidklachten (zie figuur A).

Figuur A Gezondheidsrisico's bij fonteinen in oppervlaktewater (Bron: RIVM, bewerkt door Stichting RIONED) Vergroot afbeelding

Een fontein vernevelt water tot kleine druppeltjes, die de wind vervolgens verspreidt. Mensen in de omgeving van de fontein kunnen deze waternevel inslikken of inademen. Als het vijverwater uit de fontein verontreinigd is, kunnen mensen gezondheidsklachten krijgen, zoals maag-darm- of luchtwegklachten. Een fontein kan plaatselijk de zuurstofhuishouding positief beïnvloeden door de inbreng van luchtbelletjes, zo hebben vissen na een riooloverstorting bijvoorbeeld meer kans om te overleven. Het effect van één of meerdere fonteinen op de zuurstofhuishouding is afhankelijk van o.a. het karakter van de fontein, de omvang van de waterpartij en de stromingstoestand. Via  berekeningen kan een inschatting van het effect worden gemaakt.

Figuur B Fontein in vijverpartij met lozingspunt riolering Vergroot afbeelding

 

 

 

 

 

 




Fonteinen in met overstortwater verontreinigd oppervlaktewater

STOWA en Stichting RIONED hebben een handreiking opgesteld om de gezondheidsrisico’s te beoordelen van fonteinen in oppervlaktewater dat verontreinigd wordt door riooloverstorten. Hierbij brengt u de mate van blootstelling op de locatie in kaart door de karakteristieken van de fonteinen en de manier waarop mensen in contact komen met het water op een rij te zetten. Om een indruk te krijgen van de fecale verontreiniging van het water, kunt u watermonsters nemen en deze analyseren op E.coli.

Verder kunt u op basis van de kenmerken van het rioolstelsel en een veldbezoek mogelijke (in)directe verontreinigingsbronnen en de deugdelijkheid van de installatie inschatten. Afhankelijk van het watervolume en de waterdiepte van een reservoir/vijver is een systeem meer of minder gevoelig voor een stijgende watertemperatuur. Een hoge watertemperatuur (> 22⁰ C) kan invloed hebben op de groei van (blauw)algen. Daarnaast kunnen sommige ziekteverwekkers zoals legionella boven deze temperatuur vermeerderen en in het water uitgroeien tot hoge concentraties.

Fonteinen in met blauwalgen verontreinigd oppervlaktewater

Ook bij een fontein in met blauwalgen verontreinigd oppervlaktewater kunnen gezondheidsrisico’s ontstaan. Het inademen van de toxine van blauwalgen geeft gezondheidsklachten, zoals hoesten en kortademigheid (onderzoek VS). Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat hoge concentraties toxines in het water nog tot 4 km windafwaarts detecteerbaar zijn. Dit betekent niet dat er op deze afstand gezondheidsrisico’s zijn, maar wel dat het belangrijk is om de concentratie toxines van blauwalgen in het water te meten. Bij hoge concentraties (hoger dan 2,5 mm3/l ) kunt u de fontein het best uitzetten en een risico-inventarisatie uitvoeren om de juiste maatregelen te bepalen. Of en in hoeverre maatregelen noodzakelijk zijn, hangt af van de lokale situatie. Denk aan de afstand tot de fontein, de concentratie toxines in het water en de activiteiten rondom de fontein.

Maatregelen

Meestal kunt u gezondheidsrisico’s met eenvoudige middelen beperken. In het navolgende zijn een aantal maatregelen genoemd die afhankelijk van de lokale situatie mogelijk een oplossing bieden.

  • Verplaats de fontein. Door de fontein verder van de kant/in het water te plaatsen, vermindert de kans op blootstelling aan de waternevel.
  • Verlaag de spuithoogte van de fontein. De hoogte bepaalt tot waar de waternevel reikt. Hoe lager de fontein is, hoe minder ver de waternevel komt.
  • Verplaats de blootstellingslocatie. Soms kunt u een gezondheidsrisico verkleinen door een bankje, visplek of verzamelplaats te verplaatsen of weg te halen.
  • Zet de fontein uit na een riooloverstorting. Als de fontein alleen een decoratieve functie heeft (en geen beluchtingsfunctie), kunt u deze na een overstorting of hevige neerslag tijdelijk uitzetten. 
  • Reduceer de vuilbelasting. Verschillende verontreinigingsbronnen (honden- en vogelpoep, foutaansluitingen, gemengde overstorten) dragen bij aan een slechte waterkwaliteit. Door deze bronnen te reduceren of weg te nemen, kan de waterkwaliteit verbeteren.
  • Spoel de vijver of singel door met schoner water, zoals hemel- of grondwater. Hiermee verdunt u de verontreiniging.
  • Informeer de gebruikers over het (mogelijk) negatieve effect van de fontein op de gezondheid en raad het (langdurig) recreëren in de buurt van de fontein af.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel