Besluitvorming en zorgvuldigheid van bestuur

Voordat uw gemeente bijvoorbeeld besluit om de riolering te vervangen (of besluit om dit niet te doen), moet zij alle betrokken belangen in kaart brengen, zorgvuldig tegen elkaar afwegen en deze overweging vastleggen (zorgvuldigheidsbeginsel, art. 3:2 Awb). Als de gemeente onvoldoende rekening houdt met de belangen van een derde, kan de rechter oordelen dat zij een onjuiste belangenafweging (art. 3:4, lid 1 Awb) heeft gemaakt. Soms moet zij zelfs onafhankelijk advies van derden inwinnen. De gemeente heeft de plicht te beoordelen of het besluit zélf geen onevenredige nadelige gevolgen heeft (evenredigheidsbeginsel, art. 3:4, lid 2 Awb) en of die eventueel technisch (mitigerend) en/of (aanvullend) financieel te compenseren zijn. Als zij geen compensatiemaatregelen treft, kunnen belanghebbenden betogen dat het besluit onrechtmatig tot stand is gekomen en moet worden vernietigd. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur betekenen overigens niet dat uw gemeente alle problemen van bewoners en bedrijven maar moet oplossen.

Praktijkvoorbeeld zorgvuldigheid

De gemeente Dordrecht werd in 2009 aansprakelijk gesteld voor geleden funderingsschade als gevolg van paalrot. De eisers stelden dat de paalrot was ontstaan door lekkende en daardoor drainerende rioleringen. De gemeente zou haar verplichtingen als rioleringsbeheerder niet of onvoldoende zijn nagekomen. De rechtbank oordeelde dat niet is gebleken dat de gemeente laks is geweest in haar rioleringsbeleid, dat zij adviezen van deskundigen zou hebben genegeerd of dat zij maatregelen heeft genomen die zij niet had moeten nemen. De gemeente werd geen onzorgvuldigheid verweten. (Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ3034, Bekrachtiging/bevestiging. Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BX7487, Bekrachtiging/bevestiging. Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BX7487. Een voorbeeld van een situatie waarin de gemeente (en de aannemer) wel aansprakelijk werd gesteld, is een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag uit 2013 (ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9954). Dit betrof rioleringswerkzaamheden waarbij bronbemaling werd toegepast. Deze bronbemaling zorgde voor verlaging van het grondwaterpeil. Daarna werd funderingsschade aan het pand vastgesteld. Het hof oordeelde dat de gemeente, gelet op de ernst van de te verwachten funderingsschade, in het bestek had moeten wijzen op de kwetsbaarheid van de funderingen voor grondwateronttrekkingen. Meer informatie over de juridische aspecten van funderingsschade vindt u in de publicatie Als een paal boven water.

Meer jurisprudentie over 'behoorlijk bestuur' vindt u in Zorgplichten voor hemel- en grondwater.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel