Om tot de kostendekkingsparagraaf te komen, moet de gemeente:

  • inzicht krijgen in de totale kosten van het rioolstelsel;
  • de dekking van de in kaart gebrachte kosten vaststellen.

Zorgvuldige uitvoering van deze twee stappen luistert nauw. Het bedrag dat een gemeente jaarlijks mag ophalen om de rioleringskosten te dekken, mag namelijk nooit méér zijn dan de daadwerkelijke kosten. Dit uitgangspunt bestond al ten tijde van het rioolrecht (in artikel 229b Gemeentewet) en bestaat nu bij de rioolheffing nog steeds. De huidige basis voor de financiering van riolering staat in artikel 228a Gemeentewet (zie het kader).

Artikel 228a Gemeentewet

  1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
    a) de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater, en;
    b) de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
  2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven.
  3. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de omzetbelasting die als gevolg van de Wet op het btw-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit dat fonds.

De rioolheffing lijkt in veel opzichten op het oude rioolrecht. Er is bewust voor gekozen alleen te wijzigen wat nodig is.

Belastingkarakter

Het meest in het oog springende verschil is dat de nieuwe rioolheffing een echt belastingkarakter kent. Dit betekent dat er geen rechtstreeks verband meer hoeft te zijn tussen de heffing en het profijt dat de belastingplichtige heeft van de gemeentelijke voorzieningen. Dat was bij het oude rioolrecht nog wel zo. De wijziging naar een echte belasting was nodig vanwege de nieuwe taken die de gemeente heeft gekregen. De regen- en grondwatertaken vergen maatregelen waarvan aangesloten percelen niet altijd direct profijt hebben. Deze maatregelen treft de gemeente in het algemeen belang. Daarom is het terecht dat zij deze maatregelen kan omslaan over alle burgers.

Meer informatie

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel