Perspectief van de samenwerking

Zoals De wateropgave al aangaf, kunt u door het slim bestemmen en inrichten van gebieden veel waterproblemen in de beheerfase voorkomen. Daarom is bijvoorbeeld ook de watertoets ingevoerd. Doel en rol van de betrokken partijen staan in de Wet op de ruimtelijke ordening.

Nut van de samenwerking

De watertoets is een samenwerkingsproces tussen gemeente en waterschap. Dit bestaat uit:

  • het elkaar vroegtijdig informeren en adviseren;
  • het afwegen en beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in alle ruimtelijke plannen en besluiten.

In het kader van de watertoets betrekt de gemeente de waterbeheerder bij elke fase van ruimtelijke planontwikkeling. De beheerder heeft de wettelijke taak advies uit te brengen over een zorgvuldige omgang met water in het betreffende plan. Het waterschap is dus adviseur en moet aangeven wat wenselijk is uit het wateroogpunt. Dat doet zij op basis van hydrologische kennis en inzichten in de effecten van ruimtelijke ingrepen op de waterhuishouding. Het onderscheid tussen bestaande en nieuwe stedelijke gebieden is belangrijk. In een bestaand gebied zijn de mogelijkheden voor ruimtelijke ingrepen veel beperkter dan in een nieuw gebied. Dit betekent dat bepaalde ontwerpeisen voor nieuw te ontwikkelen gebieden niet zonder meer gelden voor bestaande gebieden (zie ook Lokale afwegingen en omgaan met normen).
 
De watertoets is erop gericht de wateraspecten in een zo vroeg mogelijk stadium bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen te betrekken. Doel is water en ruimte optimaal op elkaar af te stemmen. Hierbij moeten gemeente en waterschap de mogelijkheden, die de ruimtelijke ontwikkeling biedt voor de ontwikkeling van een goed functionerend watersysteem, zo goed mogelijk gebruiken.

Aandachtspunten voor het proces

De watertoets is sinds 1 november 2003 formeel van kracht en begint zijn vruchten af te werpen. In een recente evaluatie geven gemeenten en waterschappen aan dat de vroegtijdige betrokkenheid van waterschappen bij ruimtelijke planvorming steeds beter gaat. Het instrument blijkt behoorlijk effectief op inrichtingsniveau. Maar over de inzet bij de locatiekeuze van woningbouw en bedrijventerreinen zijn de betrokkenen minder tevreden. Op dat vlak blijkt de gemeente vaak al belangrijke keuzes te hebben gemaakt, voordat zij het waterschap bij de afwegingen betrekt.
 
Aandachtspunten zijn:

  • Bij de samenwerking spelen verschillende afdelingen van gemeente en waterschap een belangrijke rol. Verschillende deelnemers vullen deze rollen in, wat in de praktijk tot afstemmingsproblemen leidt. Dit geldt zowel binnen de eigen organisatie als tussen gemeente en waterschap.
  • Gemeente en waterschap hebben vaak nog beperkte kennis van het gebied en van de relevante hydrologische en ecologische processen. Hierdoor vallen zij vaak terug op kengetallen en normen. Omdat de maatregel-effectrelaties van de ruimtelijke ingrepen op de waterhuishouding vaak onvoldoende bekend zijn, is ook de kosteneffectiviteit van voorgestelde maatregelen moeilijk in te schatten.
  • Gemeenten borgen juridisch nauwelijks wateraspecten in bestemmingsplannen. Ook ontbreekt in plannen aandacht voor financiering en compensatie.
  • De waterparagraaf besteedt aandacht aan wateraspecten, maar gemeenten motiveren vaak niet hoe ze daarmee in hun plan rekening houden.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel