De Rijksvisie Waterketen (april 2003) geeft afkoppelen aan als een belangrijk middel voor het wegnemen van een aantal problemen in de waterketen. In deze visie staat:
“Door anders om te gaan met regenwater in stedelijk gebied kan een belangrijke impuls worden gegeven aan het oplossen van de problemen in de relatie tussen waterketen, watersysteem en leefomgeving. Het stimuleren van het afkoppelen van schone verharde oppervlakken van de riolering waardoor regenwater niet in de afvalwaterriolering komt, is in bestaand stedelijk gebied een goede optie. In nieuwe wijken is het niet aankoppelen van schone verharde oppervlakken uitgangspunt, die in de meeste situaties kan worden toegepast. Uit onderzoek naar de kansen en belemmeringen van afkoppelen in bestaand stedelijk gebied blijkt dat afkoppelprojecten die uitsluitend gericht zijn op het optimaliseren van de waterketen, uit financieel oogpunt moeilijk haalbaar zijn. Afkoppelprojecten die meerdere doelen dienen, zoals infiltratie, versterking stedelijke groen/blauw-structuur en bron voor waterwinning, en waarbij een koppeling met stedelijke renovatie en herstructureringsactiviteiten plaatsvindt, zijn financieel veel eerder realiseerbaar.”
 
Het rijksbeleid staat verder verwoord in de "Beleidsbrief regenwater en riolering van 21 juni 2004
aan de Tweede Kamer". 
In het vernieuwde regenwaterbeleid staan vier pijlers centraal:

  • aanpak bij de bron: het voorkomen van verontreiniging van regenwater;
  • regenwater vasthouden en bergen;
  • regenwater gescheiden van afvalwater afvoeren;
  • integrale afweging op lokaal niveau: de daadwerkelijke keuze voor de wijze van omgaan met regenwater en het tijdpad waarbinnen eventuele veranderingen moeten worden gerealiseerd, vindt op lokaal niveau plaats, en is het resultaat van een integrale afweging.

Bestuurlijke uitgangspunten zijn:

  • doelmatigheid van maatregelen;
  • de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen worden duidelijk geformuleerd;
  • de gemeente is regisseur.”

Het rijksbeleid geeft dus duidelijke motieven voor het afkoppelen van hemelwater, maar verwijst voor de lokale afweging naar de gemeente als koersbepalende instantie.
 
Tijdens de besprekingen van de Wet gemeentelijke watertaken en de Waterwet in de Tweede Kamer was er enkele keren discussie over de beleidsvrijheid van gemeenten en de stem van waterschappen bij afkoppelen. De regering heeft daarbij steeds duidelijk gemaakt dat het bij afkoppelen gaat om een gemeentelijke zorgplicht en dat gemeenten het laatste woord hebben (zie de drie kaderteksten, geknipt uit lange verslagen).

Geen verplicht gescheiden afvoer

“De leden van de CDA-fractie gaan in op de doelmatigheid van de gescheiden afvoer van hemelwater en afvalwater en stellen dat zij niets zien in de verplichte gescheiden afvoer. Wij delen dit standpunt. Juist om de redenen die het CDA ook aanvoert heeft de regering niet gekozen voor een verplichting tot gescheiden afvoer.” (Bron: Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 578, nr. 6, blz. 7.)

Inmenging andere overheden

“De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen zich af in hoeverre andere overheden de gemeente kunnen dwingen tot het opnemen van bepaalde verplichtingen in de verordening. Kunnen andere overheden gemeenten verplichten een gescheiden rioolstelsel aan te leggen, ook wanneer dat niet doelmatig is?

De bevoegdheid tot het stellen van regels bij verordening is een bevoegdheid van de gemeenten: waterschap of provincie kunnen het stellen van regels bij verordening niet afdwingen. Uiteraard kunnen ze de gemeente beargumenteerd verzoeken om van de bevoegdheid gebruik te maken; de gemeente blijft echter degene die de beslissing neemt. Wellicht doelen deze leden op de aansluitvergunning, die door het waterschap aan de gemeente verleend wordt voor het aan-sluiten van de riolering op de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Aan de aansluitvergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van de doelmatige werking van de zuiveringsinstallatie. Dit reikt echter niet zo ver dat het waterschap zou kunnen bepalen welke voorschriften in de verordening worden opgenomen, of dat het waterschap zou kunnen voorschrijven welke keuzes de gemeente met betrekking tot de inrichting van het rioolstelsel moet maken.” (Bron: Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 578, nr. 6, blz. 7.)

Beleidsvrijheid gemeente

“Verder is van belang, zoals ook uit het begrip ‘doelmatig’ in artikel 3.4a blijkt, dat de gemeentelijke taak het karakter heeft van een inspanningsverplichting. Bij de invulling van haar taak heeft de gemeente derhalve een beleidsvrijheid om, afgestemd op de lokale problematiek, een integrale afweging te maken hoe om te gaan met het afvloeiende hemelwater.” (Bron: Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 30 818, nr. 7, blz. 17.)

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Previous article Next article