Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk nu voert om tot een duurzaam waterbeheer te komen. Het NWP richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water, en diverse vormen van watergebruik. Het plan vindt zijn wettelijke grondslag in hoofdstuk 4 van de Waterwet.
 
Het NWP bouwt voort op eerdere beleidsdocumenten, waaronder het Kabinetsstandpunt Waterbeleid 21e eeuw en de Watervisie Nederland veroveren op de toekomst. De wateroverlast in de bebouwde omgeving wil het kabinet tot een aanvaardbaar minimum terugbrengen. Dit moet gebeuren door de acties uit te voeren die gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk in het kader van de bestuursakkoorden hebben afgesproken. Het kabinet vindt dat partijen maatregelen tegen wateroverlast en droogte zo veel mogelijk moeten combineren met maatregelen op andere terreinen, zoals stedelijke vernieuwing.
 
Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het NWP voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie (zie ook beleid ruimtelijke ordening). Waar het NWP bijvoorbeeld concreet ruimte vraagt voor water, bindt dit het Rijk in het ruimtelijke ordeningsspoor (ro-spoor). In het NWP staat een eerste uitwerking van het Deltaprogramma en deltabeslissingen.

Beheerplan Rijkswateren 2016-2021

Het NWP is strategisch van karakter. De maatregelen om de gestelde doelen voor de rijkswateren te halen, staan in het Beheer- en Ontwikkelplan Rijkswateren (BPRW). Daarin opgenomen maatregelen zijn bijvoorbeeld het implementeren van de Deltabeslissing Waterveiligheid, het renoveren van voor het waterbeheer belangrijke kunstwerken, het herstel van beekmondingen op de grens van rijkswater en regionaal water, het uitbreiden van de Ophaalregeling zwerfvuil naar alle stroomgebieden, ijsbestrijding tijdens strenge winters zodat het hoofdvaarwegennet bevaarbaar blijft, etcetera.

Rijkswaterstaat is verder soms adviseur bij het opstellen van het GRP. Ook probeert Rijkswaterstaat vanuit zijn waterstaatkundige taak de waterbelangen te borgen in het ro-spoor.

Rijksvisie Waterketen (2003)

Verder is nog van belang de Rijksvisie waterketen 2003. Op rijksniveau zijn de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Verkeer en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en Financiën verantwoordelijk voor en betrokken bij het waarborgen van de publieke belangen in de waterketen. Vanuit deze rijksverantwoordelijkheid geven zij hun gezamenlijke visie op de waterketen. De rijksvisie geeft aan welke publieke belangen moeten worden geborgd en op welke wijze de borging ook voor de langere termijn zal worden vormgegeven. De rijksvisie geeft hiermee de kaders aan voor de uitvoering. In de Rijksvisie Waterketen van 2003 kondigde het Rijk een herijking van het regenwaterbeleid aan. De herijking is inmiddels uitgevoerd en in het Bestuurlijk Overleg Waterketen besproken. Vervolgens is het vernieuwde beleid met de 'Beleidsbrief regenwater en riolering' door de toenmalige staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de Tweede Kamer gestuurd. Het uitgangspunt van deze kamerbrief is duurzaamheid. Het regenwaterbeleid in deze brief is inmiddels verwerkt in de verschillende lozingsbesluiten. Zie voor meer informatie hierover de pagina Beleidsbrief regenwater en riolering.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel