Skip to Content icon-dropdown icon-close icon-plus icon-arrow icon-external icon-download icon-search icon-user icon-lock icon-linkedin icon-twitter icon-facebook icon-mail icon-bookmark icon-bookmark-full icon-pdf
Vakpublicaties

Vaststellen en opsporen van foutaansluitingen (2011, RIONEDreeks 15)

Download
Gratis
Drukwerk
Leden € 20,-
Niet-Leden € 40,-

Foutaansluitingen belemmeren de goede werking van een rioolstelsel. De capaciteit van vuilwaterstelsels is vaak niet berekend op het verwerken van neerslag. Afvalwater in het hemelwaterriool zorgt voor ongezuiverde lozingen in oppervlaktewater. Hierdoor kan een gescheiden stelsel uiteindelijk meer vuil in het oppervlaktewater brengen dan een gemengd stelsel. Vanuit het oogpunt van milieu en het hydraulische functioneren is het belangrijk foutaansluitingen op te sporen en te herstellen.

Huidige en nieuwe onderzoeksmethoden

De diverse methoden om foutaansluitingen op te sporen, verschillen in toepassingsmogelijkheid en nauwkeurigheid. Sommige stellen alleen vast dat er vermoedelijk foutaansluitingen zijn (indicatief), andere geven aan welk huis of zelfs welke wasbak foutief is aangesloten. Nieuwe opsporingstechnieken voor foutaansluitingen zijn in ontwikkeling. RIONEDreeks 15 beschrijft in het kort de huidige en nieuwe onderzoeksmethoden. Drie recent ontwikkelde methoden om aansluitingen van afvalwater op hemelwaterstelsels op te sporen, zijn verder uitgewerkt en onderzocht:

1) Temperatuurmeting vanuit putten

Met een diver in een peilbuis in een inspectieput wordt het verloop van de temperatuur van het rioolwater gemeten over een periode van minimaal 14 dagen. Korte pieken in het verloop van de temperatuur duiden op de lozing van afvalwater. Deze methode geeft u een indicatie over de aanwezigheid van foutaansluitingen op het stelsel bovenstrooms van de put waar de meting plaatsvindt. Deze techniek werkt vooral in gedeeltelijk gevulde leidingen die onder afschot liggen. Het doel van deze methode is om de grootte van het gebied voor nader onderzoek in te kaderen.

2) Temperatuurmeting in leidingen (DTS-methode)

Met een glasvezelkabel in een traject van rioolleidingen en een forse computer wordt het verloop van de temperatuur van het afvalwater gemeten per strekkende meter buis. Korte pieken in het verloop van de temperatuur duiden op de lozing van afvalwater op specifieke punten in de leiding. Deze methode geeft u informatie over de adressen van mogelijke foutaansluitingen. Deze techniek werkt in gedeeltelijk gevulde leidingen beter dan in permanent gevulde leidingen. De meetduur kan relatief kort zijn, waardoor het tijdelijk leegzetten van een (deel van het) stelsel een optie is.

3) Geluidsmetingen via aansluitingen (Riosonic)

Met twee verschillende geluidsbronnen in het afvalwater- en hemelwaterstelsel en geluidsmetingen aan lozingstoestellen zijn foutaansluitingen per toestel op te sporen. Het geluid kan zich ook voortplanten via het medium tussen de buizen (zoals grondwater, muren en beugels). Hiermee moet bij de beoordeling van het meetresultaat rekening worden gehouden. Bij deze methode is het noodzakelijk dat de rioolleidingen niet vol water staan. De meetduur is kort, waardoor het tijdelijk leegzetten van leidingen vaak goed mogelijk is. Bij deze methode vindt het onderzoek direct plaats in de woningen. Een goede planning en communicatie met bewoners zijn daarom belangrijk.

Praktijk

Uit de eerste onderzoeken blijkt dat het aantal foutaansluitingen van afvalwater op hemelwaterstelsels (circa 2%) kleiner is dan van hemelwater op afvalwaterstelsels (circa 5%). Maar het herstellen van een laag percentage foutaansluitingen van afvalwater op hemelwaterstelsels kan leiden tot een relatief grote milieuwinst.