A Algemeen
De kolkaansluiting leidt hemelwater dat afstroomt van verharde oppervlakken (zoals wegen en parkeerterreinen) naar een afval- of hemelwaterleiding. 

Figuur A laat zien waaruit een kolkaansluiting kan bestaan:

  • een kolk, waarbij de ligging van het rooster het type kolk bepaalt (de kolk bestaat meestal uit twee delen: een onderbak met uitlaat en een bovenstuk met inlaatrooster);
  • een aansluitleiding tussen de kolk en de afval- of hemelwaterleiding;
  • een flexibele aansluiting van de aansluitleiding op de afval- of hemelwaterleiding of hemelwatervoorziening om zettingsverschillen op te vangen;
  • een opvang voor zand en vuil;
  • een voorziening voor stankafsluiting.

Tijdens de aanleg stelt u de kolkaansluiting samen op basis van standaardhulpstukken. Hierbij heeft de materiaalkeuze invloed op de uitvoeringswijze. Om de ligging en afmetingen van de kolkaansluitingselementen later terug te kunnen vinden, is revisie noodzakelijk.

Figuur A Kolkaansluiting

Aanleg
Net als bij de perceelaansluiting kunt u bij de inrichting van bouwstraten uitleggers aanbrengen voor de aansluiting van de kolken. Dan kunt u in een later stadium de kolk laten plaatsen en aansluiten. Het gat voor de kolk wordt meestal gegraven in een gestabiliseerd en verdicht weglichaam. Zorg voor een goede verdichting van de aanvulling met (gestabiliseerd) zand. Dat voorkomt latere verzakkingen in de weg rond de kolk.

Laat de kolk in lijn stellen met het wegprofiel. Een tweedelige kolk biedt betere stelmogelijkheden. Een goede fixatie van de twee delen is belangrijk. Ook bij latere aanpassingen van het wegprofiel kan de onderbak met aansluiting blijven bestaan en kunt u het bovenstuk met rooster aanpassen. De kolk krijgt een zij- of achteraansluiting. Door scharnierwerking kan de kolk zettingen en verkeersbelastingen beter opvangen dan met een vooraansluiting.

Functioneren
De beheerder moet kolken regelmatig reinigen met een kolkenzuiger. Functioneert een kolkaansluiting niet goed meer, dan is vervanging meestal onvermijdelijk. Mogelijke oorzaken van een slecht functionerende kolkaansluiting zijn:

  • verstopping van het rooster door bladeren of straatvuil;
  • verstopping door verzadiging van de zandvang;
  • verstopping door bevriezing van het waterslot (stankscherm);
  • verstopping van de aansluitleiding door onvoldoende afstroming;
  • het bezwijken van de kolk of aansluitleiding door (overmatige) zetting of door te grote boven-belasting (zwaar verkeer);
  • een te hoge waterstand in de ontvangende leiding.
De kolkaansluiting heeft een nadelige invloed op het functioneren van de riolering als geheel als:
  • u te veel (verhard) oppervlak aansluit;
  • de aansluiting verkeerd is (op een dwa-riool terwijl een hwa-riool beschikbaar is);
  • ontoelaatbare lozingen plaatsvinden door calamiteiten als brand of verkeersongelukken (bijvoorbeeld met tankwagens).

 

B Toepassing

C1.1  

Mechanismen

Inzameling van hemelwater vanaf een verhard oppervlak tot circa 100 m2 per kolk

 

 

Inzameling onder vrijverval

 

 

Inzameling van zand en straatvuil

C1.2

Neveneffecten

Stank bij aansluiting op gemengd riool

C2.1

Geometrie

Achteraansluiting bij straatkolk

 

 

Zijaansluiting bij trottoirkolk

 

 

Aanleg in vlak terrein, het afschot van het terrein naar de kolk is bepalend voor
een goede afwatering

 

 

Paarsgewijze aansluiting via stroom T-stuk en inlaat boven in riool

 

 

Aansluitlengte < 20 m

 

 

Afschot van aansluitleiding 1:100

 

 

Diameter aansluitleiding minimaal 125 mm

 

 

Gronddekking aansluitleiding minimaal 0,70 m

 

 

Opvang van straatvuil en zand ten minste 20 l

 

 

Kruising (nuts)leidingen

C2.2

Stabiliteit

Flexibele aansluiting nabij kolk en zettingsmof dicht bij riool

 

 

Materiaal leiding van PVC, klasse SN8 (voormalige klasse 34)

 

 

Materiaal rooster van gietijzer

 

 

Materiaal kolken van beton of kunststof

 

 

Fundering op staal

C2.3

Voorziening

Stankscherm of waterslot

C3.1

Techniek

Aanleg in open sleuf na aanleg riool

 

 

Kleur aansluitleiding (grijs)

C3.2

Procedure

 

C4.1

Beheer

Rooster vergrendelbaar

 

 

Reinigingsfrequentie één keer per jaar met een kolkenzuiger

 Tabel A Reguliere toepassing kolkaansluiting

C1.1

 
Mechanismen

 
Inzameling hemelwater vanaf verontreinigde oppervlakken
Inzameling hemelwater in tunnels, onderdoorgangen en viaducten
Inzameling hemelwater naar infiltratievoorzieningen
C2.1 Geometrie Aanleg in hellend terrein, rekening houden met afstroming hemelwater via straatoppervlak
Toepassing goten en lijnontwatering
C2.2 Stabiliteit Coating
Fundering op staal met grondverbetering
C2.3 Voorziening
C3.1 Techniek
C3.2 Procedure
C4.1 Beheer

Tabel B Bijzondere toepassing perceelaansluiting

C Aanbevelingen

Sluit de aansluitleidingen aan via een standpijp. Deze bevindt zich in een inlaat in de kruin van het riool. Moet u zettingsmoffen gebruiken? Kies dan voor een uitvoering die pas in werking treedt ná de aanleg.

Kunststof kolken moeten een stevige bodem hebben om tijdens onderhoud beschadigingen met een kolkenzuiger te voorkomen.

Een eventueel stankscherm moet eenvoudig zijn te verwijderen. Alleen dan is reiniging of ontstopping met hogedrukspoeling mogelijk.

Een kolk moet minimaal 20 l zand en vuil opvangen (minimumeis). De grootte van de opvang bepaalt hoe vaak de beheerder de kolken moet reinigen. Het kan gunstig zijn te investeren in extra opvang. Door bijvoorbeeld een kolk met 30 l opvang te kiezen, beperkt u de reinigingsfrequentie.

Aan een hemelwaterkolk is niet te zien op wat voor een stelsel deze aansluit. Stem daarom de vormgeving van het rooster af op de functie van het hemelwaterstelsel. Daarmee attendeert u gebruikers op de specifieke gebruiksvoorwaarden.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel