De criteria in dit onderdeel dienen als voorbeeld. Elke gemeente moet zelf criteria vaststellen, afgestemd op de lokale situatie. Bij veengebieden is bijvoorbeeld een grote ontwatering onwenselijk in verband met de toename van zettingen.

Hoogst toelaatbare grondwaterstand onder bebouwing met kruipruimte

Als toetsingscriterium voor bebouwing met kruipruimte geldt een hoogst toelaatbare grondwaterstand van 0,20 m minus (grof zandige) kruipruimtebodem en gelden de volgende eisen:

  • vloeren van woningen liggen ten minste 0,15 m boven straatpeil;
  • besloten ruimten (kruipruimten) onder de laagste vloer van een gebouw moeten een vrije hoogte hebben van ten minste 0,50 m, als zich onder die vloer leidingen of kanalen bevinden waarvan de bereikbaarheid voor onderhoud en vervanging moet zijn verzekerd.

Bij een vloerdikte van 0,20 m resulteren bovengenoemde eisen in een hoogst toelaatbare grondwaterstand van 0,90 m minus vloerpeil. De maximale overschrijdingsfrequentie van de hoogst
toelaatbare grondwaterstand is eenmaal per jaar. De overschrijdingsduur bedraagt maximaal [...].

Figuur A Schematische weergave woning met kruipruimte, maaiveld en hoogst toelaatbare grondwaterstandVergroot afbeelding

Het toetsingscriterium van 0,20 m minus kruipruimtebodem is gebaseerd op grof zandige kruipruimtebodems. Bij kruipruimtebodems met fijn zandig of kleiig materiaal zijn vanwege de grotere capillaire werking lagere grondwaterstanden dan wel aanvullende maatregelen noodzakelijk om een vochtige kruipruimte te voorkomen.

Een uitwendige scheidingsconstructie van verblijfsruimten moet dampdicht zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld souterrains en de beganegrondvloer boven een kruipruimte waterdicht moeten zijn. Als een kelder geen verblijfsruimte is, hoeft de kelder volgens het Bouwbesluit niet waterdicht te zijn (Het Bouwbesluit 2012 (en Woningwet)).

Hoogst toelaatbare grondwaterstand onder bebouwing zonder kruipruimte

Voor de hoogst toelaatbare grondwaterstand onder bebouwing zonder kruipruimte geldt in het algemeen een toetsingscriterium van 0,50 m beneden vloerpeil. Hierbij is een dampdichte beganegrondvloer het uitgangspunt. Ligt de vloerconstructie op 0,15 m boven maaiveld, dan geldt een toetsingscriterium voor de hoogst toelaatbare grondwaterstand van 0,35 m beneden maaiveld. De maximale overschrijdingsfrequentie van de hoogst toelaatbare grondwaterstand is […]. De overschrijdingsduur bedraagt maximaal [...].

Laagst toelaatbare grondwaterstand bij op houten palen gefundeerde bebouwing

Droogstand bij op houten palen gefundeerde bebouwing treedt op als de grondwaterstand beneden het niveau van het bovenste funderingshout is gedaald. Bij dit funderingstype kan droogstand het funderingshout aantasten, wat tot schade aan de bebouwing kan leiden. Om schade te voorkomen, moet de grondwaterstand pertinent boven het niveau van het bovenste funderingshout blijven.

Laagst toelaatbare grondwaterstand bij op staal gefundeerde bebouwing

Door (ongelijkmatige) zettingen van de bodem kan schade optreden aan op staal gefundeerde bebouwing. Zetting van de bodem komt over het algemeen door toename van de korrelspanning in de bodem. Deze toename kan het gevolg zijn van een grotere belasting op de ondergrond. Ook een verlaging van de grondwaterstand kan tot een grotere korrelspanning leiden.

Als de ondergrond voorbelast is geweest, zijn de zettingen als gevolg van een grotere korrelspanning veel kleiner. Ook een in het verleden opgetreden lage grondwaterstand is een vorm van voorbelasting op de ondergrond. Verdere zetting van de ondergrond is mogelijk als de grondwaterstand daalt beneden deze in het verleden opgetreden grondwaterstand. Deze grondwaterstand wordt aangeduid als de “van nature” laagst voorkomende grondwaterstand. Voor op staal gefundeerde bebouwing is de laagst toelaatbare grondwaterstand gelijk aan de “van nature” laagst voorkomende grondwaterstand.

Hoogst toelaatbare grondwaterstand onder wegen/woonstraten

In verband met de ligging van kabels en leidingen (boven de hoogst optredende grondwaterstand), opdooi en stabiliteitsverlies, bedraagt de hoogst toelaatbare grondwaterstand onder woonstraten (normaliter) 0,70 m beneden straatpeil (= ashoogte). Tijdens natte perioden is tijdelijke overschrijding van dit toetsingscriterium toegestaan.

Hoogst toelaatbare grondwaterstand onder parkeerplaatsen

Als toetsingscriterium voor de hoogst toelaatbare grondwaterstand is het uitgangspunt bij parkeerplaatsen 0,50 m beneden straatpeil. Dit in verband met de ligging van kabels en leidingen, opdooi en stabiliteitsverlies, maar een minder intensief gebruik dan openbare wegen.

Hoogst toelaatbare grondwaterstand in tuinen en plantsoenen

Met het oog op de benodigde bewortelingsdiepte van bomen en struiken bedraagt de gewenste maximale grondwaterstand in tuinen en plantsoenen 0,50 m minus maaiveld. Daarnaast is het van belang dat de grondwaterstand weinig fluctueert. De maximale overschrijdingsfrequentie van de hoogst toelaatbare grondwaterstand is […]. De overschrijdingsduur bedraagt maximaal [...].

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel