Aanleg is op zichzelf geen beheeraspect. Maar ontwerp- en aanlegaspecten spelen wel vaak een rol in het beheer, omdat knelpunten kunnen voortvloeien uit keuzes die de gemeente bij ontwerp en aanleg heeft gemaakt. Ook de zorgvuldigheid tijdens de aanlegfase is belangrijk voor het latere beheer. Bij een goed ontworpen en goed aangelegde mechanische riolering doen zich bij het beheer weinig of geen problemen voor. Tenzij de werkelijke belasting van het systeem sterk afwijkt van de ont-werpbelasting. Deze module gaat ervan uit dat uw mechanische rioolstelsel goed is ontworpen. Bij het gedeelte over functioneel ontwerp Transport onder druk en Toetsing systeem vindt u meer informatie over enkele ontwerpaspecten van drukriolering. Verder zijn onder andere de NEN-EN 1091 en de NEN-EN 1671 van toepassing.
 
Voor goed beheer zijn bij de aanleg de volgende categorieën van aandachtspunten van belang:

  • toegang tot en lay-out van stelsels;
  • stank en/of corrosie;
  • verstopping;
  • exploitatie.

Toegang tot en lay-out van stelsels

  • Zorg voor blijvende bereikbaarheid en toegankelijkheid van de put voor mens en (zwaar) materieel.
  • Leg drukleidingen zo veel mogelijk naast de weg.
  • Zorg ervoor dat u pompen eenvoudig uit de put kunt halen.
  • Zorg voor afsluiters op strategische plaatsen in het systeem (desnoods bij elke put) en onderhoud deze regelmatig.
  • Leg stroom- en signaalkabels mee in de sleuf.
  • Kies de afmetingen van de besturingsunit zodanig, dat minimaal 10% ruimte vrijblijft voor eventuele toekomstige aanpassingen.
  • Monteer de schakelkast zodanig, dat onder de schakelautomaat minimaal 20 cm vrije ruimte is om de kabels eenvoudig in te voeren.

Stank en/of corrosie (geldt alleen voor drukriolering)

  • Voorkom in eerste instantie het ontstaan van H2S door samenstelling en temperatuur van geloosd afvalwater te beïnvloeden en de verblijftijd van het afvalwater in de zuurstofloze omstandigheden in het stelsel te beperken:
    • zorg voor kleine drukleidingdiameters en minimale berging in de pompput/bufferput, zodat de verblijftijd zo kort mogelijk is (en een minimale snelheid (0,7 m/s) gehandhaafd blijft);
    • zorg op strategische plaatsen in het stelsel voor injectie van kleine hoeveelheden lucht.
  • Bestrijd in tweede instantie de effecten van H2S via de keuze en het ontwerp van het lozingspunt, H2S-reducerende maatregelen (luchtinjectie) op strategische punten in het stelsel of gebruik van niet-corrosiegevoelige materialen (of beschermende coatings) in de ontvangende vrijvervalstelsels:
    • zorg bij voorkeur voor een lozingspunt in een eindgemaal of anders op een locatie met een zo groot mogelijke afvalwaterstroom, vanwege H2S, aantasting en stank;
    • voorkom bij het lozingspunt op het vrijvervalstelsel turbulentie benedenstrooms en bescherm zo nodig een deel van het stelsel tegen aantasting door H2S;
    • ontwerp het lozingspunt op het vrijvervalstelsel goed, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een speciale lozingsput (zie figuur A), waardoor geen H2S in het vrijvervalstelsel terechtkomt (zolang de H2S-concentratie in het geloosde water uit de drukriolering niet te groot is). In deze put stroomt het afvalwater turbulent binnen, waardoor een groot deel van de H2S kan reageren met aanwezige zuurstof. Daarna stroomt het afvalwater rustig via de leiding naar de betonput en het vrijvervalstelsel in.
Figuur A Speciale lozingsput tegen H2SVergroot afbeelding

Verstopping

  • Houd bij het lozingspunt op het vrijvervalstelsel rekening met een mogelijk ongelijke verticale zetting van drukleiding en lozingsput.
  • Voorkom hevelen:
    • hevelen kan optreden als het inslagniveau van een pomp boven het lozingsniveau van het stelsel ligt;
    • door hevelen kan er lucht in de drukleiding komen, waardoor de stroomsnelheid daalt.

Dat kan weer leiden tot verstopping van de drukleiding.

  • Vermijd zinkers in drukleidingen zo veel mogelijk of ontwerp ze zeer zorgvuldig (vooral de hellingshoeken) om luchtinsluiting en daardoor verstopping te voorkomen.
  • Zorg in de drukleidingen voor een stroomsnelheid van ten minste 0,7 m/s (zie ook Gemalen en persleidingen).
  • Gebruik bij aansluitingen liever Y- of spruitstukken dan T-stukken. T-stukken kunnen leiden tot verstoppingen, vooral bij aansluiting van kleine leidingen op relatief grote leidingen. Let op, Y-stukken kunnen wel leiden tot het ‘leegzuigen’ van de invoegende leiding.

Exploitatie

  • Kies de juiste pomp (zie Rioolgemaal).
  • Stem pomp en drukleiding op elkaar af (voor de laagste exploitatiekosten).
  • Stem capaciteit af op lozingspatroon (voor de laagste exploitatiekosten).
  • Pas pompen met een hoog rendement toe (voor lage energiekosten).
  • Voer eventueel een waterslagberekening uit (om schade te voorkomen).
  • Pas kwalitatief de juiste drukleidingen toe:
    • HPE: SDR 17 of zwaarder;
    • PVC: SDR 34 of zwaarder.
  • Overweeg of u telemetrie wilt toepassen. Leidt betere en snellere informatie tot lagere exploitatiekosten? Zo ja, zorg dan voor de invulling van het telemetriesysteem (inclusief organisatorische inpassing ervan).
  • Zorg voor uniformiteit van de toegepaste onderdelen en systemen; dit vergemakkelijkt het beheer (lagere exploitatiekosten).
  • Leg wijzigingen in de stelsels ook administratief goed vast via digitale revisies.
  • Voorkom lozing van regenwater op mechanische riolering door goed toezicht tijdens de aanleg, het vastleggen van afspraken, en regelmatig terugkerende voorlichting en controle.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel