Dit onderzoek verkent de effecten van enkele gangbare maatregelen in het afvalwatersysteem op de waterkwaliteitsproblemen per schaalniveau. Uitgangspunt zijn de volgende maatregelen:

Kleine en middelgrote schaal
Maatregelen in het gescheiden stelsel:
  • lamellenfilter;
  • bodempassage;
  • ombouw naar verbeterd gescheiden stelsel;
  • straatreinigen.
Maatregelen in het gemengde stelsel:
  • afkoppelen via infiltratie;
  • groene berging.

Stroomgebied
Behalve de genoemde maatregelen ook het realiseren van een verhoogde effluentkwaliteit. Bijvoorbeeld door een extra zuiveringstrap of optimalisatie van het zuiveringsproces bij de rwzi. De subparagrafen Lamellenfilter tot en met Realiseren hoge effluentkwaliteit rwzi: N = 4, P = 0,5 beschrijven per maatregel de gehanteerde uitgangspunten bij het doorrekenen van de maatregelen.

Lamellenfilter
Het maximale effect van lamellenfilters wordt behaald als alle regenwateruitlaten lamellenfilters hebben. Uitgangspunt is dat de filters zodanig op een maatgevende afvoer zijn ontworpen, dat 90% van het jaarvolume via het lamellenfilter afvoert. De rendementen van de lamellenfilters zijn gebaseerd op recent onderzoek in de gemeente Arnhem, aangevuld met schattingen (zie tabel A).



Tabel A Verwijderingsrendementen lamellenfilters

Bodempassage
Het maximale effect van bodempassages wordt behaald als alle regenwateruitlaten afvoeren via een bodempassage. Uitgangspunt is dat de bodempassages zodanig op een maatgevende afvoer zijn ontworpen, dat 67% van het jaarvolume via de bodempassage afvoert. De rendementen zijn gebaseerd op recent onderzoek in de gemeente Arnhem, aangevuld met schattingen (zie tabel B).



Tabel B Verwijderingsrendementen bodempassages

Ombouw naar verbeterd gescheiden stelsel (VGS)
Bij het ombouwen van een gescheiden stelsel naar een VGS is uitgegaan van standaardkengetallen voor een VGS van 4 mm en een pompovercapaciteit van 0,3 mm/h.

Straatreinigen

Het effect van straatreinigen is berekend door de aan te nemen dat:

  • 50% van de belasting bestaat uit water met de kwaliteit van vallende neerslag;
  • 50% van de belasting bestaat uit afstromend regenwater van daken.

Cijfers over de kwaliteit van neerslag en afstromend regenwater van daken zijn beschikbaar, maar zijn schaarser dan die van afstromend regenwater van daken en wegen. Voor koper is uitgegaan van geen verschil, omdat het grootste deel van de belasting van daken/dakgoten afkomstig is.

Afkoppelen via infiltratie
De aanname is dat maximaal 20% van het totale oppervlak via infiltratie is af te koppelen. De pompcapaciteit van het stelsel blijft gelijk, zodat de pompovercapaciteit toeneemt van 0,7 naar 0,9 mm/h. Hierdoor is het effect op de riooloverstortingen maximaal.

Groene berging
Het uitgangspunt is de aanleg van maximaal 14 mm groene berging. De totale berging wordt dan 7 mm voor het stelsel + 2 mm voor de randvoorziening + 14 mm groene berging. Dit systeem heeft een overstortingsfrequentie van eens per twee jaar.

Realiseren hoge effluentkwaliteit rwzi: N = 4, P = 0,5
Voor het schaalniveau stroomgebied is onderzocht welk effect het verhogen van de effluentkwaliteit heeft op de waterkwaliteit. Het uitgangspunt is een effluentkwaliteit met een N-totaal van 4 mg N/l en een P-totaal van 0,5 mg N/l. Afhankelijk van de situatie is deze kwaliteit te bereiken met een ultralaagbelaste rwzi, een MBR of aanvullende zandfiltratie. Voor de effluentconcentraties van de overige parameters is het uitgangspunt de effluentkwaliteit als opgenomen in de STOWA-rapportage ‘Effluentnabehandeling op rwzi Zaltbommel’ (2007).

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Previous article Next article