Toepassing

  • Operationele planvorming
    De slibafzettingsgegevens uit een slibdiktemeting kunt u gebruiken als u een operationeel reinigingsplan opstelt.
  • Nader onderzoek
    Als u vermoedt dat bepaalde riolen vervuild zijn (bijvoorbeeld door geconstateerde beperkingen in de afvoercapaciteit), kunt u met een slibdiktemeting vaststellen of, en zo ja in welke mate, sprake is van slibafzetting.

Werkwijze

Men plaatst op de sliblaag in de put een buis met aan de onderzijde een geperforeerde voetplaat. In de buis zit een gepunte staaf die men tot op de putbodem drukt. Door buis en staaf ten opzichte van elkaar te fixeren, kan men de dikte van de slibafzetting meten als de afstand tussen de punt van de staaf en de voetplaat.

Registratie

Men registreert de gemeten slibdikte in cm. Gerelateerd aan de diameter van de aansluitende riolen, kan men de gemeten slibdikte coderen volgens NEN-EN 13508-2 of NEN 3399 (zand- en vuilophoping).

Beperkingen

Deze methode is alleen zinvol als u slibafzetting in de riolering niet visueel kunt waarnemen, bijvoorbeeld door een permanent hoge waterstand in de riolering. Om op basis van de slibdiktemeting conclusies te trekken over vervuiling van de leidingen, moet het bodemprofiel van de inspectieputten in hoogte en vorm gelijk zijn aan het profiel van de aangesloten leidingen. Slibafzettingen kunnen in hoogte, aard en samenstelling sterk in de tijd variëren, bijvoorbeeld door een hoge afvoer na een regenval. Bovendien is in zettingsgevoelige gebieden niet altijd de put de plaats waar het slib zich ophoopt.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Previous article Next article