Werkwijze

Op de sliblaag in de put plaatst de inspecteur een buis met aan de onderzijde een geperforeerde voetplaat. In de buis zit een gepunte staaf die de inspecteur tot op de putbodem drukt. Dan fixeert hij de buis en staaf ten opzichte van elkaar. De inspecteur meet de afstand tussen de punt van de staaf en de voetplaat. Dit is de dikte van de slibafzetting.

Toepassing

  • Operationele planvorming.
    De slibafzettinggegevens uit een slibdiktemeting kunt u gebruiken als u een operationeel reinigingsplan opstelt.
  • Nader onderzoek.
    Als u vermoedt dat bepaalde riolen vervuild zijn (bijvoorbeeld door geconstateerde beperkingen in de afvoercapaciteit), kunt u met een slibdiktemeting vaststellen of, en zo ja in welke mate, sprake is van slibafzetting.

Registratie

De inspecteur registreert de gemeten slibdikte in mm volgens NEN-EN 13508-2 en de leidraad voor visuele inspectie.

Beperkingen

  • Deze methode is alleen zinvol als u slibafzetting in de riolering niet visueel kunt waarnemen, bijvoorbeeld door een permanent hoge waterstand in het riool.
  • Om op basis van de slibdiktemeting conclusies te trekken over vervuiling van de leidingen, moet het bodemprofiel van de inspectieputten in hoogte en vorm gelijk zijn aan het profiel van de aangesloten leidingen.
  • Slibdiktemetingen leveren een indicatieve waarde. Slibafzettingen kunnen in hoogte, aard en samenstelling sterk in de tijd variëren, bijvoorbeeld door een hoge afvoer na regen. Bovendien is in zettinggevoelige gebieden de put niet altijd de plaats waar het slib zich ophoopt.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel