De verordeningsmogelijkheid staat niet op zichzelf, maar heeft een belangrijke relatie met het gemeentebeleid, zoals vastgelegd in het GRP en (mogelijk) andere beleidsvoornemens. De gemeente kan de verordening inzetten om haar zorgplichten voor hemel- en grondwater concreet in te vullen. Bijvoorbeeld als een 'stok achter de deur' als bewoners niet vrijwillig meewerken aan het zelf verwerken van hemel- en grondwater. Maar de verordening is niet geschikt om nieuw hemelwaterbeleid mee te formuleren. De gemeentelijke visie op haar zorgplicht voor hemelwater en wat zij daarbij van burgers verwacht, moet in het GRP staan. Idealiter kondigt de gemeente dus in het GRP aan dat zij een Verordening afvoer hemel- en grondwater zal opstellen. Voor zowel gemeenteraad als bewoners komt deze (procedure) dan niet meer als een verrassing.

Bewoners aanspreken: eigenaar of huurder?

Dit onderdeel van de kennisbank spreekt vooral over de perceel-/gebouweigenaar. Deze persoon is verantwoordelijk voor de staat van het bouwwerk, inclusief de hierbij behorende riolering. Voor bijvoorbeeld een lek huisriool of een foutieve aansluiting kan de gemeente de eigenaar aanspreken, ook als van verhuur of pacht sprake is. Voor afvalwaterlozingen moet zij de rioolgebruiker aanspreken. Dat kan de eigenaar zijn als hij zelf in de woning woont. In geval van verhuur gebruikt de huurder door het lozen van zijn afvalwater feitelijk de riolering. Maar omdat het beëindigen van een hemel- of grondwaterlozing vrijwel altijd fysieke aanpassingen aan de perceelriolering vergt, moet de gemeente in dat geval ook de eigenaar aanspreken.

Voorbeeld

Bij een voorgenomen afkoppelproject spreekt de gemeente vrijwel altijd de eigenaar aan. Want niet de huurder zal de regenpijp tot boven het maaiveld afzagen, maar de eigenaar zelf. Een concrete eis op basis van de Verordening afvoer hemel- en grondwater of een maatwerkvoorschrift richt zich in principe tot de eigenaar van het perceel of het bouwwerk. Vervolgens bepaalt de eigenaar hoe hij een en ander regelt met een eventuele huurder.

Overwegingen keuze scheiden afval-, hemel- en grondwater

Als de gemeente voor het scheiden van afval-, hemel- en grondwater kiest, hangt de variant af van de lokale situatie en haar beleidsmatige voorkeuren. Naast de fysieke situatie (zoals effectiviteit reductie wateroverlast, milieurendement, type bebouwing, verharding, bodemopbouw) spelen in elk geval de volgende aspecten een rol:

  • Kosten voor de particuliere eigenaar: de kosten voor eigenaren van gebouw(en) en terrein(en) voor het scheiden van afvalwaterstromen zijn sterk afhankelijk van de situatie. Kostenkengetallen gaat uitgebreid in op gemiddelde kostenkengetallen van de rioleringszorg. Hierbij komen ook kengetallen aan bod voor het gescheiden aanbieden van schoon en vuil water voor aansluiting op de openbare riolering. Ook de kosten voor verschillende voorzieningen komen aan de orde, zoals infiltratie- en drainagevoorzieningen, vegetatiedaken en regentonnen.
  • Mogelijke stankoverlast: bij het scheiden van schoon en vuil water is er een risico op stankoverlast. Een rioolstelsel heeft voorzieningen voor be- en ontluchting nodig. Bij het aanpassen van een gemengde huisaansluiting naar alleen een afvalwateraansluiting op het openbare vuilwaterriool, kunnen ontluchtingsvoorzieningen voor het openbare vuilwaterriool verdwijnen. Hierdoor kan stankoverlast ontstaan. Hierover vindt u meer informatie in Be- en ontluchting van rioolstelsels.
  • Het GRP moet motiveren dat het gevraagde voor de meeste mensen in die situatie redelijk is. Maar ook moet duidelijk zijn:
    • wat de gemeente concreet van mensen vraagt (gescheiden aanbieden of infiltreren);
    • wat de (financiële) consequenties zijn;
    • op welk moment de verplichting (het treffen van de voorgeschreven maatregelen) gerealiseerd moet zijn. Bijvoorbeeld als de gemeente het openbare rioolstelsel vernieuwt of binnen een jaar vanaf de datum dat de gebiedsaanwijzing van kracht is.

Beleidsvrijheid gemeente bij verordeningsmogelijkheid

De gemeente heeft met de verordeningsmogelijkheid veel beleidsvrijheid. Wettelijk heeft zij nadrukkelijk geen verplichting om afval-, hemel- en grondwater in alle gevallen te scheiden, juist om ruimte te geven aan een lokale afweging. Wat een gemeente wil regelen, kan dus ook per deelgebied verschillen. Bijvoorbeeld omdat infiltratie in het ene gebied wel mogelijk is en in het andere niet. Of omdat in het ene gebied veel wateroverlast is en in het andere niet. En natuurlijk omdat in het ene gebied rioolvervanging gepland staat en in het andere niet.

In haar GRP beschrijft de gemeente in welke gebieden zij wel of niet hemel- en grondwaterlozingen in de openbare vuilwaterriolering wil beëindigen. Dit moet zij goed onderbouwen. Een belangrijke pijler van deze onderbouwing is doelmatigheid. De gemeente moet een afweging maken tussen de kosten van het scheiden van hemel- en grondwater en de aanlegkosten van voorzieningen die daarmee verband houden, in relatie tot de te verwachten voordelen (zoals het milieurendement en mogelijke vermindering van wateroverlast).

Relatie met voorkeursvolgorde afvalwater

De Verordening afvoer hemel- en grondwater is in lijn met de voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater in artikel 10.29a Wm. Volgens de voorkeursvolgorde moeten afvalwaterstromen gescheiden blijven en andere afvalwaterstromen dan huishoudelijk afvalwater bij voorkeur lokaal in het milieu worden teruggebracht. De Verordening afvoer hemel- en grondwater werkt dit uit door perceeleigenaren te verplichten om hun hemel- en grondwater niet meer in het gemengde riool te lozen.

Afstemming met het waterschap

Bij het maken van de verschillende beleidskeuzes ligt afstemming met het waterschap voor de hand. Waar de zorgplichten beginnen bij de perceeleigenaar, bepaalt de gemeente in overleg met het waterschap (art. 3.8 Waterwet) wat zij redelijkerwijs van bewoners kan verwachten en hoe zij de gemeentelijke zorgplichten invult. Zeker als zij verwacht dat bewoners het afgekoppelde hemelwater in oppervlaktewater zullen lozen, is afstemming gewenst. Hiervoor kan namelijk een watervergunning op grond van de keur of een melding nodig zijn.

DO YOU HAVE SUGGESTIONS FOR THIS ITEM?

Send your suggestion
Previous article Next article