Inventarisatie verharding
Op basis van het beschikbare kaartmateriaal van gebouwen, wegen en overige verhardingen bepaalt u welk verhard oppervlak u op de riolering moet aansluiten. Soms kan hemelwater van het onverharde oppervlak naar de riolering afstromen door de samenstelling van de bodem (bijvoorbeeld klei of leem) en door de terreinhelling. Ook dit oppervlak moet u in kaart brengen (zie ook Afvoerend oppervlak en Inloopmodel).

Bij onvoldoende nauwkeurige kaarten is aanvullende terreinverkenning nodig. Niet-aangesloten verharde oppervlakken die direct op open water lozen of op infiltratievoorzieningen zijn aangesloten, moet u ook in kaart brengen. De gemeente moet het beheer hierop afstemmen.
 
Aansluiting particulier-openbaar terrein
Bij bovengrondse hemelwaterafvoer moet u aangeven waar de lozer het hemelwater moet aanbieden. Hiermee moet u al in het schetsontwerp rekening houden. De verdere uitwerking volgt in het functioneel ontwerp. Meestal moet de lozer het hemelwater aan de voorkant van de woning aanbieden. Vooral bij lange woonblokken kan bovengrondse aanbieding problemen opleveren. Hierover moet u met de bouwer duidelijke afspraken maken.
 
Bovengrondse hwa-standleidingen zijn meestal berekend op de afvoer van kortstondige piekintensiteiten tot 300 l/(s.ha) (zie NEN 3215 en NTR 3216). Hoewel dat niet verplicht is, gebeurt dit vaak ook voor ondergrondse riolen (en het daarop aangesloten verharde terrein) op particuliere terreinen. In de openbare riolering is sprake van een kleinere, maar langduriger afvoer. Redenen hiervoor zijn:

  1. de afvlakking van de piek tijdens het afvoerproces in de diverse riolen;
  2. de verschillende looptijden van de afgevoerde ‘particuliere’ pieken.
Maar de piekafvlakkende werking is minder bij hoge bebouwingsdichtheden. Sommige daken van bedrijfsgebouwen hebben een afvoersysteem met hevelwerking. Dit systeem geeft gedurende korte tijd zeer hoge afvoerdebieten. Let hierop, want hemelwaterriolen in openbaar terrein hebben vaak een relatief kleine diameter. Meer informatie over de afstemming van riolering op particulier en openbaar terrein vindt u in Afstemming Binnen-, terrein- en buitenriolering.
 
Voorkomen dichtslibbing bij infiltratie
In het inzameltraject kunt u diverse maatregelen nemen om dichtslibbing van de infiltratievoorzieningen te voorkomen:
  • laat bij woningen in de regenpijpen bladvangers plaatsen;
  • besteed in openbaar terrein speciale aandacht aan bladval.
Gevallen bladeren hebben een negatieve invloed op de infiltratiecapaciteit van alle typen infiltratievoorzieningen. Daarom moet u in het ontwerp eerst kijken naar het type boom en de locatie ervan. Tijdige en regelmatige verwijdering van bladeren beperkt de nadelige effecten. Met bladvangers vermindert u de kans op dichtslibbing van het infiltratieoppervlak. Zandvang en screens (roosters) houden de grove delen tegen. Deze kunt u in de kolken plaatsen of in een centrale put, voordat het water in de infiltratievoorziening stroomt. Kiest u voor een centrale put, houd hier dan bij het ontwerp van het aanvoerstelsel rekening mee. Laat deze voorzieningen ook frequent reinigen.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Previous article Next article