A Algemeen
Een goot transporteert het hemelwater van verharde oppervlakken over een grotere afstand dan 10 m.
 
Er zijn twee typen goten:
  • een open goot (molgoot);
  • een afgedekte goot (lijnafwaterings- of roostergoot).
De open goot bestaat in een uitvoering van bestratingsmateriaal (klinkers of betonstraatstenen) of van prefabelementen (beton of polymeerbeton). De afgedekte goten zijn alleen als prefabelement verkrijgbaar met de mogelijkheid om verschillende afdekroosters toe te passen. Deze roosters kunnen zowel open als gesloten zijn.
 
Boven- en ondergrondse afvoer
Bovengrondse afvoer van het hemelwater heeft voordelen boven ondergrondse afvoer:
  • de waterafvoer is zichtbaar. Daardoor is weinig kans op verkeerde aansluitingen en op oneigen-lijke lozingen op het hemelwater(riool);
  • bij lozing op een bovengrondse infiltratievoorziening moet u het water via het oppervlak aanvoeren.
Aanleg
Leg bij afvoer over straat het maaiveld en de goot onder verhang aan. Afhankelijk van de lengte van het tracé en het verhang kunnen hierdoor grote hoogteverschillen in het maaiveld ontstaan. Houd hiermee rekening bij het bepalen van de vloerpeilen van woningen en bij het ophogen in de bouwrijpfase. Bij grote hoogteverschillen kan het noodzakelijk zijn de vloerpeilen van woningen te variëren.
 
De maximale transportafstand voor het hemelwater via afvoergoten is afhankelijk van:
  • de afmetingen van de goot;
  • het aangesloten afvoerende oppervlak;
  • het verhang van de goot.

In de praktijk zijn transportafstanden haalbaar van circa 50 tot 150 m bij een open goot en tot circa 300 m bij een afgedekte goot. Bij een afgedekte goot kunt u het benodigde verhang realiseren door de gootdiepte aan te passen.
 
Hinder voor derden
Vermijd kruisingen van goten en wegen die haaks staan op de rijrichting. Voor voetgangers is het lastig om een relatief diepe goot (al dan niet gevuld met water) over te steken. Voor (brom)fietsers en motorrijders kan het zelfs gevaarlijk zijn. Ontkomt u niet aan kruisingen, vermijd dan overlast en gevaar voor verkeersdeelnemers. Probeer het water via een leiding of afgedekte goot ondergronds af te voeren. Als alternatief kunt u het water over een grotere oppervlakte laten stromen. Dan neemt de dikte van de waterlaag af. Zijn deze maatregelen niet mogelijk, neem dan maatregelen om het verkeer af te remmen.

B Toepassing

C1.1 Mechanismen Inzameling en transport hemelwater
  Inzameling onder vrijverval
C1.2 Neveneffecten  
C2.1 Geometrie Gootlengte open goot: < 150 m
  Gootlengte overdekte goot: < 300 m
  Gootverhang: 1:300 of steiler
  Gootdiepte bij open goot: < 5 cm (bij 30 cm brede goot)
  Gootdiepte bij overdekte goot: onbeperkt
  Kruising met verkeersdrempels en wegen
  Toepassen van flauwe bochten (maximaal 45º) bij richtingverandering
  Keuze voor goot aan weerszijden van de weg
C2.2 Stabiliteit Goot stellen in stelspecie of zandcementstabilisatie
C2.3 Voorziening  
C3.1 Techniek Goothoogte (verloop) is maatgevend voor de rest van het straatwerk
C3.2 Procedure  
C4.1 Beheer Reiniging in verband met slibafzettingen, mosgroei en bladeren
(circa vier maal per jaar)
  Inspectie van onderhoudstoestand en verzakkingen (plasvorming)

Tabel A Reguliere toepassing goot

C1.1 Mechanismen Aansluiting hemelwater bedrijfsterreinen en bedrijfsgebouwen
  Aansluiting hemel- en schrobwater van balkons gestapelde woningbouw
C1.2 Neveneffecten  
C2.1 Geometrie Keuze voor goot in het midden van de rijweg
  Aansluiting perceelafwatering op goot
  Breedte-diepteverhouding goot in verband met passeerbaarheid en onderhoud
C2.2 Stabiliteit Molgoten in bestrating waarbij het hoogteverschil tussen de aanliggende stenen
groter is dan 1,5 cm
C2.3 Voorziening  
C3.1 Techniek  
C3.2 Procedure Wvo-vergunning voor lozing (zie Lozen in het riool)
C4.1 Beheer  

Tabel B Bijzondere toepassing goot

C Aanbevelingen
Bovengrondse hemelwaterafvoer heeft een sterke wisselwerking met het ontwerp van de bebouwing en bovengrondse infrastructuur. Daarom moet u de afvoergoten in een vroeg stadium in het stedenbouwkundig ontwerp inpassen.

Houd er rekening mee dat water in een goot geen scherpe bochten kan nemen. Splits een haakse bocht daarom op in twee bochten van 45 graden, of neem een bochtstraal van enige meters. 

Ongelijkmatige zettingen vormen een potentieel gevaar voor afvoergoten. Daarom is het belangrijk dat de meeste zettingen al zijn opgetreden, voordat u de aanleg van de goten start. Vooral de brandgangen en aanliggende tuinen verdienen extra aandacht. Deze gaan na verloop van tijd door zettingen zakken. Dit geldt overigens ook voor de wegen. Soms hogen gemeenten wegen na verloop van tijd op. Als dat niet gelijktijdig met de brandgangen gebeurt, kunnen problemen ontstaan met de oppervlakkige afvoer via goten.

Het beheer bestaat uit het schoonhouden van de goten. Dit kan meestal gelijktijdig gebeuren met het vegen van de straat. Theoretisch is een weg met een goot in het midden minder stabiel dan een weg met goten aan weerszijden. De praktijk moet nog uitwijzen of dit consequenties heeft voor de onderhoudskosten en levensduur.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Previous article Next article