Herhalingstijden en vormen

De tien standaardbuien zijn afgeleid uit de 15-minutenneerslagreeks die is waargenomen in De Bilt van 1955 tot 1979. Bij de samenstelling van deze buien is uitgegaan van zes verschillende herhalingstijden en twee verschillende vormen (piek aan het begin van de bui of aan het eind). De codering van deze standaardbuien staat in tabel A.

Tabel A Codering 'Leidraadbuien'
Code Herhalingstijd (jaar) Piek voorin (v) of achterin (a)
01 0,25 v
02 0,25 a
03 0,5 v
04 0,5 a
05 1 v
06 1 a
07 2 v
08 2 a
09 5 v
10 10 v

Bij de analyse van de neerslagreeks is een bui gedefinieerd als een aaneengesloten periode waarbinnen geen droge perioden van langer dan vijf uur voorkomen. De extreme buien zijn uit de neerslagreeks geselecteerd op grond van de maximale neerslaghoeveelheid in vijftien minuten. Deze neerslaghoeveelheid is gekoppeld aan een herhalingstijd via de methode van de steekproefkwantielen. Hierbij zijn de extreme buien gesorteerd op neerslaghoeveelheid per vijftien minuten. Volgens de methode van de steekproefkwantielen kunt u een herhalingstijd aan de uit de gesorteerde buienlijst koppelen. De vijfde bui (volgnummer) uit de resultaten van een neerslagreeks met een duur van 25 jaar heeft een herhalingstijd (kans van optreden) van één keer per vijf jaar. De 25e gebeurtenis uit de reeks heeft een herhalingstijd van één keer per jaar.

Duur van standaardbuien

Veel buien hebben een langdurige ‘staart’ die voor hydraulische rioleringsberekeningen niet zo interessant is. Om zeer lange neerslagsimulaties te voorkomen, is de duur van buien beperkt tot de tijd waarin 85 procent van de totale neerslaghoeveelheid van die buien is gevallen. De duur van de standaardbuien is bepaald als de gemiddelde duur van alle uit de gesorteerde reeks geselecteerde gebeurtenissen die extremer zijn dan de betreffende herhalingstijd (extreem in de zin van neerslaghoeveelheid in vijftien minuten). De neerslaghoeveelheid per standaardbui is bepaald als gemiddelde van een serie van negen omliggende gebeurtenissen uit de reeks, vier meer extreem (boven) en vier minder extreem (onder) rondom de gebeurtenis van de betreffende herhalingstijd. Voor de herhalingstijden T = 0,25, 0,5, 1 en 2 (jaar) zijn twee vormen gedefinieerd met eenzelfde duur, totale neerslaginhoud en maximale intensiteit, maar wel met een ander tijdsverloop. Het verschil zit in het moment dat de maximale inloopintensiteit optreedt: piek voor of achter in de bui. Er is steeds uitgegaan van een piekduur van tien minuten.

Tabel B Standaardbuien (verloop in mm/5 minuten), piek voor (v) of achter in (a) de buiVergroot afbeelding
Tabel C Standaardbuien (verloop in mm/5 minuten), piek voor (v) of achter in (a) de buiVergroot afbeelding

DO YOU HAVE SUGGESTIONS FOR THIS ITEM?

Send your suggestion
Previous article Next article