Regionale emissieverhoudingen

Op regionaal niveau kan de verhouding tussen de belasting van het oppervlaktewater door emissies vanuit de afvalwaterketen en die vanuit andere bronnen (zoals landbouw en atmosferische depositie ) flink afwijken ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De verschillen in emissieverhoudingen gaan hand in hand met het landgebruik: in gebieden met veel landbouwgrond is (voor sommige parameters) de bijdrage aan de totale emissie vanuit de landbouw (uiteraard) groter dan in stedelijk gebied met weinig of geen landbouwgrond. In steden zijn het juist 'stedelijke bronnen' zoals de afvalwaterketen die veel kunnen bijdragen.

Door in de Emissieregistratie in te zoomen op ee van de ongeveer 2.500 zogenaamde afwateringseenheden in Nederland, krijgt u inzicht in de regionale emissieverhoudingen. Per eenheid zijn per parameter de totale emissie per jaar en de relatieve bijdragen vanuit alle bronnen (emissieoorzaken) in beeld te brengen.

Ter illustratie zijn hier de emissieverhoudingen voor zes parameters voor twee verschillende afwateringsgebieden in de regio Utrecht uitgewerkt. Als u de emissieverhoudingen in uw eigen regio op dezelfde manier in beeld wilt brengen, kunt u deze beknopte handleiding gebruiken.

Afwateringseenheden STAD UTRECHT en MAARTENSDIJK

Gekozen is voor twee aan elkaar grenzende afwateringseenheden STAD UTRECHT en MAARTENSDIJK (zie figuur A). De eerste komt grofweg overeen met het centrale deel van de stad Utrecht en heeft dus een sterk stedelijk karakter, inclusief een grote rwzi. De tweede betreft het gebied ten noorden van de stad Utrecht en heeft een overwegend landelijk karakter met enkele dorpen (Groenekan en Maartensdijk), de snelweg A27 en de spoorlijn Utrecht-Hilversum, maar geen rwzi.

Figuur A Afwateringseenheden ‘STAD UTRECHT’ en ‘MAARTENSDIJK’ met (als voorbeeld) de totale emissie P-totaal in kg/km2 in 2017 (Bron: Emissieregistratie)Vergroot afbeelding

Emissieverhoudingen nutriënten N en P

Figuur B (parameter P-totaal) en figuur C (parameter N-totaal) tonen de relatieve bijdragen van deze nutriënten voor verschillende emissieoorzaken aan de totale emissies in 2017 voor beide afwateringseenheden. In deze gebieden verschilt de bijdrage van de afvalwaterketen aanzienlijk. In de stad Utrecht is die 96% (P-totaal) en 92% (N-totaal), terwijl de afvalwaterketen in Maartensdijk slechts 7% en 3% bijdraagt. In Maartensdijk is de grootste bron van nutriënten in het oppervlaktewater de landbouw via uit- en afspoeling van landbouw- en natuurgronden, erfafspoeling en het meemesten van sloten. Bij stikstof speelt ook atmosferische depositie een kleine rol. Landelijk draagt de afvalwaterketen 32% (P-totaal) en 21% (N-totaal) bij aan de totale emissie in oppervlaktewater. Door hun onderling sterk afwijkende karakter liggen de gebieden STAD UTRECHT en MAARTENSDIJK duidelijk aan weerszijden van het landelijk gemiddelde.

Ondanks de kleinere omvang is in absolute zin de totale emissie van beide parameters in de stad Utrecht groter dan in het gebied rond Maartensdijk (zie tabel A). Op de website van de Emissieregistratie kunt u de emissie ook presenteren als emissie per km2. Voor P-totaal ziet u dat in figuur A. 

Figuur B Emissieverhoudingen in 2017 voor afwateringseenheden ‘Stad Utrecht’ en ‘Maartensdijk’ voor parameter P-totaal (Bron: Emissieregistratie)Vergroot afbeelding
Figuur C Emissieverhoudingen in 2017 voor afwateringseenheden ‘Stad Utrecht’ en ‘Maartensdijk’ voor parameter N-totaal (Bron: Emissieregistratie)Vergroot afbeelding
Tabel A Jaaremissies in oppervlaktewater in 2017 (Bron: Emissieregistratie)
  STAD UTRECHT MAARTENSDIJK     
P-totaal [kg] 3.648 1.885
N-totaal [kg] 33.177 21.650
Koper [kg] 64,6 20,2
Zink [kg] 346,8 124,6
Diclofenac [kg] 1,26 0,003
Ibuprofen [kg] 0,75 0,03

Emissieverhoudingen zware metalen koper en zink

Voor de zware metalen koper en zink zijn de emissieverhoudingen in grote lijnen hetzelfde als voor N-totaal en P-totaal. In de stad Utrecht domineert de emissie vanuit de afvalwaterketen (74% voor koper, 92% voor zink), terwijl die in het gebied rondom Maartensdijk veel beperkter is (25% en 28%). In dit laatste gebied is de bijdrage van landbouwgronden belangrijk (35% en 54%), maar minder dominant dan voor nutriënten. Voor koper zijn het weg- en railverkeer ook significante bronnen, voor zink alleen het wegverkeer.

De absolute emissies zijn voor de stad Utrecht ongeveer driemaal groter dan voor gebied Maartensdijk (zie tabel A).

Figuur D Emissieverhoudingen in 2017 voor afwateringseenheden ‘Stad Utrecht’ en ‘Maartensdijk’ voor parameter koper (Bron: Emissieregistratie)Vergroot afbeelding
Figuur E Emissieverhoudingen in 2017 voor afwateringseenheden ‘Stad Utrecht’ en ‘Maartensdijk’ voor parameter zink (Bron: Emissieregistratie)Vergroot afbeelding

Emissieverhoudingen medicijnresten

Voor de medicijnen diclofenac (zie figuur F) en ibuprofen (zie figuur G) liggen de emissieverhoudingen compleet anders dan voor nutriënten en zware metalen. Belangrijkste reden hiervoor is dat deze medicijnen alleen voor menselijk gebruik zijn en dus alleen via de afvalwaterketen in oppervlaktewater terecht kunnen komen. Emissies uit de landbouw spelen voor deze stoffen dus geen enkele rol. Voor dit type parameters wijken de regionale emissieverhoudingen dus ook níet af van de landelijke verhoudingen.

Bepalend voor de omvang van de emissie en de voornaamste emissieroute van deze stoffen (rwzi, overstorten en/of regenwaterriolen) is de aanwezigheid van een rwzi en het verwijderingspercentage op de rwzi. Een rwzi zoals in gebied Utrecht stad is een grote bron van medicijnresten (zie tabel A) en is daarmee vaak ook de dominante emissieroute (97% voor diclofenac). Uitzondering hierop zijn stoffen die de rwzi erg goed verwijdert, zoals ibuprofen. Door deze goede verwijdering worden de andere emissieroutes van de afvalwaterketen (overstorten en regenwaterriolen) relatief gezien groter (diclofenac: 3%; ibuprofen: 44%). 

Figuur F Emissieverhoudingen in 2017 voor afwateringseenheden ‘Stad Utrecht’ en ‘Maartensdijk’ voor parameter diclofenac (Bron: Emissieregistratie)Vergroot afbeelding
Figuur G Emissieverhoudingen in 2017 voor afwateringseenheden ‘Stad Utrecht’ en ‘Maartensdijk’ voor parameter ibuprofen (Bron: Emissieregistratie)Vergroot afbeelding
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel