Hoofdregel: grondeigenaar is eigenaar van leidingen in die grond (verticale natrekking)

Rechtbank Den Haag stelde in 2009 (d.d. 15-04-2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7408) dat op grond van art. 5:20, lid 1, aanhef en onder e, Burgerlijk Wetboek (BW) als hoofdregel geldt dat de eigenaar van een perceel door verticale natrekking de eigendom heeft/verkrijgt van werken die duurzaam met de grond verenigd zijn. Ofwel, alles wat zich in de grond van een grondeigenaar bevindt, is door 'natrekking' van hem of haar. Maar voor de riolering zijn er twee belangrijke uitzonderingen op deze hoofdregel, waarbij juist sprake is van horizontale natrekking.

Eerste uitzondering op hoofdregel: bevoegde aanlegger van een 'net' is eigenaar

Artikel 5:20, lid 2 BW maakt een uitzondering voor de eigendom van 'netten', ofwel een stelsel van kabels en leidingen waaronder riolering.
"In afwijking van lid 1 behoort de eigendom van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond van anderen is of wordt aangelegd, toe aan de bevoegde aanlegger van dat net dan wel aan diens rechtsopvolger."

De riolering is ook zo’n net. Uit het BW wordt alleen niet duidelijk wat de omvang van een rioolnet is of wie eigenaar is van (welk gedeelte van) de huisaansluiting op de riolering.1 Het begrip transport maakt duidelijk dat het wat riolering betreft gaat om het openbare hoofdriool (anders stond er 'inzameling'). Door de toevoeging "in, op of boven de grond van anderen" is ook duidelijk dat het 'net' zich kan uitstrekken tot over het particuliere perceel. De bevoegde aanlegger van een net is, door horizontale natrekking, eigenaar van dat (gehele) net. De gemeente is dus de bevoegde aanlegger en eigenaar van het openbare hoofdriool. Volgens de wetgever is zij vrij om te bepalen wat tot het hoofdriool behoort en waar de huisaansluiting begint. 

In het algemeen is de gemeente ook de bevoegde aanlegger en daarmee eigenaar van de perceelaansluitleiding in de openbare weg. Veel gemeenten willen de feitelijke aansluiting immers zelf uitvoeren en niet overlaten aan een aannemer die in opdracht werkt van een perceeleigenaar, een projectontwikkelaar of een woningbouwvereniging. Waar de eigendom dan ophoudt, hangt af van de situatie. Idealiter ligt er een ontstoppingsstuk dat de gemeente in een (aansluit)verordening als scheidingspunt/grens kan aanmerken (zie hieronder bij 'Grens hoofdriool en huisaansluiting bij verordening regelen').

Tweede uitzondering op hoofdregel: onduidelijk wie bevoegde aanlegger is

Maar hoe zit het als niet meer te achterhalen is wie de bevoegde aanlegger is? De regeling van art. 5:20, lid 2 BW is dan niet van toepassing. In dat geval is de vraag: vormen de riolen in particuliere grond een (technisch of juridisch onlosmakelijk) bestanddeel van het openbare riool in eigendom en beheer van de gemeente (het 'hoofdriool')?

Als een bestanddeel van een gebouw of werk (een leiding is een werk) zich bevindt in, op of boven grond die aan een ander dan de eigenaar van dat gebouw of dat werk toebehoort, dan is dit bestanddeel geen eigendom van de grondeigenaar. Het behoort dan toe aan de eigenaar van het gebouw of werk waarvan het deel uitmaakt (zie slot van art. 5:20, lid 1, aanhef en onder e BW). Ook hier is dan sprake van horizontale natrekking: de leiding van de een (de gemeente) kan de leiding van de ander (de particulier) 'natrekken', waardoor de hoofdregel van verticale natrekking wordt doorbroken. Zonder nadere regeling (bijvoorbeeld in een (aansluit)verordening, zie hieronder bij 'Grens hoofdriool en huisaansluiting bij verordening regelen') is de gemeente eigenaar (en beheerder) van het gehele rioolstelsel (het net), dus inclusief de leidingen in particuliere grond. Een net is immers een feitelijke en functionele eenheid.2 Dit volgt ook uit arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2003.3

Net is ook deelbare zaak, grens bepalen aan de hand van verkeersopvatting

Maar de wetgever heeft ook bepaald dat een net in beginsel een deelbare zaak is. Een net is dus te scheiden in meerdere deelnetten, die dan elk een zelfstandige zaak vormen (en dus geen onlosmakelijk bestanddeel zoals hiervoor bedoeld).4 De vraag waar de grens tussen twee deelnetten ligt, moet worden beantwoord aan de hand van de verkeersopvatting (vrij vertaald: wat is in het maatschappelijke verkeer gangbaar/gebruikelijk?). Daarbij kunnen zowel maatschappelijke aspecten (zoals een redelijk kenbare afscheiding) als technische aspecten (zoals de vraag of de aansluiting tussen de twee deelnetten redelijkerwijs af te sluiten is) een rol spelen.5 Beoordeling van wat in het maatschappelijke verkeer gebruikelijk is, is niet altijd eenvoudig. De specifieke omstandigheden per geval moeten helder maken of, en zo ja waar, een grens te trekken is tussen verschillende deelnetten.

Grens hoofdriool en huisaansluiting bij verordening regelen

De gemeente kan eventuele discussies rondom de verkeersopvatting voorkomen door in een verordening te bepalen wat tot het hoofdriool behoort en waar de huisaansluiting (eigendom van de huiseigenaar) begint.6 Ook de Rijdende rechter heeft (in het gelijknamige tv-programma) gewezen op het belang van een verordening om de eigendom van de gebouwaansluiting te regelen (uitspraak van 23 maart 2010).7 Eigendom en beheer zijn vaak in één hand, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn.

Logische grensafbakeningen

In principe zijn drie logische grensafbakeningen tussen het particuliere en openbare riool mogelijk:

  1. op 50 cm van de gevel van het gebouw (de grens tussen gebouw- en buitenriolering conform NEN 3215);
  2. op de perceelgrens of nabij de perceelgrens ter hoogte van het ontstoppingsstuk;
  3. tot aan het hoofdriool/de hoofdriolen in de openbare weg.

Staat de voorgevel van het gebouw op of nabij de perceelgrens, dan vervalt het onderscheid voor de eerste twee categorieën voor dat gebouw.


1 Zie ook VNG-ledenbrief hierover, d.d. 30 juli 2007 (Titel: Eigendom netten. Wijziging Telecommunicatiewet, kenmerk: ECGR/BAMM/U200701189).
2 Kamerstukken II 2005-2006, 29 834, nr. 9, Tweede nota van wijziging, p. 4. Volgens de wetgever geldt dit uitgangspunt bovendien voor alle netten, waaronder ook de riolering (Kamerstukken I 2006-2007, 29 834, C, Memorie van antwoord, p. 3.
3 Naar deze arresten wordt verwezen in de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, 15 april 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7408.
4 De parlementaire geschiedenis noemt als voorbeeld van deelnetten elektriciteitsnetten met verschillende spanningsniveaus, Kamerstukken II 2005-2006, 29 834, nr. 12, Nota naar aanleiding v/h nader verslag, p. 2-3.
5 Kamerstukken I 2006-2007, 29 834, C, Memorie van antwoord, p. 3.
6 Vergelijk Kamerstukken II 2005-2006, 29834, nr. 9, Tweede nota van wijziging, p. 7.
7 De rechter veroordeelde de gemeente Hellevoetsluis tot het betalen van een ontstopping in een gebouwaansluiting in de openbare ruimte. Hellevoetsluis kon niet aantonen dat zij in een verordening had vastgelegd dat particulieren de gehele perceelaansluiting tot aan het hoofdriool in beheer hebben.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel