Dit hoofdstuk is opgesteld op basis van doorspuitervaringen met drainageleidingen die (deels) boven de grondwaterstand liggen. Voor het reinigen van drainage die onder de grondwaterspiegel liggen, moet de richtlijn op basis van onderzoek worden aangevuld.
 
Principe van doorspuiten
Een doorspuitlans is een lange slang die aan de ene kant is aangesloten op een waterpomp en aan de andere kant een spuitkop heeft. De spuitkop heeft één voorwaartsgerichte opening en twaalf schuin achterwaartsgerichte openingen.

Het doorspuiten begint bij het lozingspunt of de uitmonding van de drainageleiding. Zodra u de spuitkop inbrengt, start het doorspuiten. U gaat door tot het einde van de drainageleiding of tot de volgende doorspuitput. Bij het einde trekt u de spuitkop met een snelheid van ongeveer 0,5 m/s terug.

Het inbrengen van de spuitkop dient vooral voor het losweken en losspuiten van het vuil. Met het terugtrekken gaat het vuil mee naar het lozingspunt.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel