Doorlatende verharding kent vele uitvoeringen:
  • halfverhardingen van bijvoorbeeld gebroken puin of grind;
  • grastegels van kunststof of beton;
  • doorlatende stenen en/of voegen.

In deze paragraaf gaat het om de laatste variant. Deze wordt ook wel waterdoorlatende of waterpasserende verharding genoemd. Dit type verharding bestaat in grote lijnen uit twee elementen: de toplaag en de funderingslaag. De toplaag (meestal klinkers) moet een zeer hoge doorlatendheid hebben. Dit is te realiseren door een doorlatende steen en/of een doorlatende voeg toe te passen. Neerslag moet direct kunnen infiltreren. De funderingslaag onder de toplaag vangt het water op. Vanuit deze berging kan het hemelwater infiltreren in de ondergrond. Vanuit de ondergrond is een trage afvoer naar oppervlaktewater mogelijk.
 
Als de berging vol is, komt er water op straat. U kunt een overloopmogelijkheid creëren door het water over straat af te voeren naar oppervlaktewater (zie figuur A). Ook kunt u een overloopriool aanleggen. In gebieden met een zeer slecht doorlatende ondergrond is de funderingslaag omhuld met een waterdichte doek. Zo stroomt het hemelwater via de funderingslaag vertraagd naar oppervlaktewater. De toepassing van doorlatende verharding is dus niet afhankelijk van de bodemgesteldheid.
 


Figuur A Principe doorlatende verharding

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel