De gebruikelijke minimale diameter voor gemengde riolen is 250 tot 300 mm. Met het oog op de reinigings- en inspectiemogelijkheden kunt u kleinere diameters beter vermijden. Dimensioneer de buisdiameter op hydraulische afvoercapaciteit.
 
Voor het gemengde stelsel ontwerpt u de beginstrengen (die het verst van het gemaal liggen), waarin nog weinig dwa en hemelwater zit, met een verhang van 1:250 tot 1:350. Overgaand naar 1:500 en minimaal 1:1.000 in het verloop van het stelsel. In gebieden met maaiveldhoogteverschillen moet u maximaal 1:100 aanhouden.
 
De diepteligging van de riolen bepaalt u door de peilen van de bob’s op de plek van de putten te bepalen. Hierbij moet u rekening houden met:
  • de minimale bodemhelling en gronddekking op de buizen van de beginstrengen;
  • de gewenste bodemhelling/schuifspanning voor riolen (1 tot 1,5 N/m2);
  • de praktisch haalbare bodemhelling voor de overige strengen;
  • de maximale gronddekking op de buizen.
Bij het bepalen van de diameter kunt u voor een eerste indicatie ervaring en tabellen op basis van stationaire hemelwaterbelastingen gebruiken (zie Overzicht maatstaven en ontwerpgrondslagen). Het opgestelde functioneel ontwerp controleert u vervolgens op berging en hydraulisch functioneren.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel