Om stankoverlast te voorkomen, be- en ontluchten gemeenten de buitenriolering van oudsher op ‘dakniveau’ via de aangesloten bouwwerken. Alle vrijvervalstelsels in Nederland zijn volgens dit principe ontworpen. Maar de afweging rond be- en ontluchting en de daarbij te hanteren ontwerpregels zijn nergens duidelijk vastgelegd. Wel is be- en ontluchting van de buitenriolering altijd een belangrijk aandachtspunt geweest voor het ontwerp van de binnenriolering. Dit blijkt onder meer uit het rioleringstechnisch studieboek Stedelijke Rioleeringen van J.A. Bosselaar uit 1940. Hierin staat dat: “... het doorlaten van rioolgassen belangrijk is. Huisaansluitingen in het bijzonder (naast gaten in putdeksels) komen in aanmerking voor het doorlaten van rioolgassen. Hieraan kan worden voldaan door de “valpijpen van de privaten” door het dak naar buiten te verlengen.” Ook het boek De rioleering van huis en erf van C. Visser uit 1916 verwoordt het belang van een goed werkende be- en ontluchting.
 
In recentere vakliteratuur of studieboeken komt be- en ontluchting van buitenriolering niet meer aan bod. Hieruit is te concluderen dat het in het verleden gekozen principe zodanig goed werkt (uitzonderingen daargelaten), dat er geen aanleiding was dit expliciet te benoemen of regelen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel