Het is gebruikelijk dat één medewerker gemalen en pompputten van druk-, vacuüm- en lucht-persriolering bezoekt. Dit geldt overigens niet voor reinigingswerkzaamheden, tenzij in de RI&E van het gemaal staat dat dit verantwoord is. Maar ook dan geldt:

  • natte kelders mag u niet betreden;
  • alleen betreding van droge pompkelders is toegestaan;
  • de bezoeken mogen dus alleen een signalerende functie hebben.

Voldoen de werkzaamheden niet aan deze eisen, dan dient u de procedure ‘betreden besloten ruimte’ te volgen.

Overige gemalen

Normaal onderhoud aan de elektrische installatie kan één man uitvoeren. Tenzij het opgestelde vermogen te groot is (zie NEN 3140), de kelder wordt betreden of de droge ruimte van een gemaal met droge opstelling als een besloten ruimte is aangemerkt (zie toelichting onder ‘Gemalen met droge opstelling’).

Gemalen met natte opstelling

Gemalen met een natte opstelling, zoals het voorbeeldgemaal, staan meestal in een put onder een luik in de buitenlucht. Hierdoor kunnen eventuele gassen zich goed verspreiden. Juist omdat de medewerker alleen ter plaatse is, moet u voorzorgsmaatregelen treffen:

  • hygiënische bescherming (aparte overall en schoenen gebruiken, handen wassen), geschikte kleding en filtermasker P3 om blootstelling aan biologische agentia en endotoxinen te voorkomen;
  • beschikbaarheid van een geschikt communicatiemiddel (let op: mobiele telefoons zijn meestal niet explosiebeveiligd en daarom in besloten ruimtes niet toegestaan);
  • roken en open vuur zijn verboden;
  • scherm het luik doelmatig af voor anderen, bijvoorbeeld met een valrooster;
  • open het luik waar mogelijk met de wind in de rug, eerst afstand nemen en dan meten. Het is veilig als: explosiviteit < 10% LEL (methaan), zuurstof 20 tot 21% en H2S < 10 ppm;
  • kijk dan pas in het luik, daal niet af in de put;
  • voorkom contact met afvalwater;
  • sluit het luik.

Gemalen met droge opstelling

Bij gemalen met droge opstelling is er onderscheid in de droge ruimte en de natte ontvangkelder. Voor de natte ontvangkelder geldt in principe hetzelfde als voor natopgestelde gemalen. De droge ruimte is een besloten ruimte als u geen aanvullende maatregelen hebt getroffen. De veiligheidskundige kan met een RI&E aangeven welke maatregelen u moet treffen om de ruimte te kunnen aanmerken als bijzondere ruimte. Er kunnen namelijk rioolgassen in de droge ruimte komen en zich daar lange tijd ophopen. Als er geen of onvoldoende natuurlijke of kunstmatige afzuiging is, kunnen gevaarlijke concentraties ontstaan. Natuurlijke ventilatie is vaak te weinig om dit te voorkomen! Daarom is het dragen van O2-, H2S- en CH4-detectoren verplicht als er geen of onvoldoende natuurlijke of kunstmatige afzuiging is.
 
Als u de droge ruimte hebt geventileerd en onderzocht op gevaarlijke gassen, is die ruimte veilig. U ventileert tenslotte en de overige kenmerken van een besloten ruimte ontbreken (zie begrippenlijst in bijlage 1). Nu kan de deskundige deze ruimte aanmerken als ‘bijzondere ruimte’. Als u alleen de droge ruimte betreedt, hoeft er buiten het gemaal geen veiligheidswacht te zijn. Wel moet u deze voorzorgsmaatregelen opvolgen:

  • er mag geen open verbinding tussen de droge en natte ruimte zijn. De natte ontvangkelder mag u dus niet vanuit de droge ruimte openen, wel van buitenaf;
  • controleer de (persoonlijke) meetapparatuur, waarna u continu meet;
  • ventileer de droge ruimte via twee of meer openingen;
  • eerdergenoemde metingen moeten aantonen dat de situatie veilig is.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel