Bezanden moet het grasoppervlak voldoende stroef en stevig houden. Een (te) vette en zachte toplaag is nadelig voor de betreed- en begaanbaarheid van het gras; het levert bij intensiever gebruik al snel schade op (zoals loszittende graspollen, kuilen en/of holtes). Uit ervaring blijkt dat kleiige gronden frequenter bezanding nodig hebben dan zandige toplagen. Op kleitoplagen vallen de kleikluitjes in de loop van de tijd uiteen; dit leidt tot vetheid van het gras. Ook vanwege een toenemende hoeveelheid organisch stof kan bezanding nodig zijn.
 
Eisen aan zand
Zand voor bezanding moet in het algemeen aan de volgende voorwaarden voldoen:
  • leemgehalte (deeltjes < 63 micron) < 5%
  • M50-cijfer 180-220 micron
  • organisch stof < 1%.
N.B: als het M50-cijfer boven de 200 ligt, dan moet u de geschiktheid van het zand waarmee u gaat bezanden ook toetsen aan de samenstelling van de zodelaag die u wilt bezanden.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel