Door bevochtiging en plasvorming bergt het oppervlak tijdelijk een deel van de neerslag. Met name de helling van het oppervlak en de toestand van de bestrating hebben invloed op de plasvorming. Het verdampingsproces is sterk afhankelijk van allerlei factoren die u niet in de inloopmodellen meeneemt. Denk aan wind, zoninstraling, de initiële temperatuur en de temperatuurvariaties van het betreffende oppervlak. U kunt beter geen bevochtingsverliezen in berekeningen meenemen, omdat:

  • het om kleine hoeveelheden gaat (circa 0,1 - 1 mm);
  • het daadwerkelijke optreden van deze verliezen sterk afhankelijk is van omstandigheden die u niet in modellering opneemt, zoals de temperatuur van het oppervlak, de invloed van wind of de aanwezigheid van geparkeerde voertuigen.

Plassen kunnen wél significante effecten hebben, zeker bij minder zware buien. Plassen verdwijnen door verdamping en infiltratie. Deze beide processen kunt u in de modellering meenemen, waardoor u ook de beschikbare plassenberging op (vlakke) oppervlakken in de modellering kunt meenemen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel