Na de aanleg van de infiltratievoorziening begint het onderhoud. Het heeft de voorkeur om een ‘nulmeting’ uit te voeren voordat u een voorziening in beheer neemt. De nulmeting beschrijft de kenmerken van de voorzieningen en legt vast wat de ontwerpcriteria zijn waaraan u de werking van de voorziening moet toetsen. Normaal gesproken start daarna het reguliere beheer. Dat bestaat uit preventief onderhoud, zoals het gras in de wadi maaien, kolken reinigen en goten vegen.
 
Signalen voor correctief onderhoud
Het reguliere onderhoud verandert als er signalen (meldingen, waarnemingen) komen waarop u moet reageren. Bijvoorbeeld als er langdurig water op de doorlatende verharding of in de wadi blijft staan, als er regelmatig een hoeveelheid water via de dakgoot overstort of als er meldingen van bewoners komen. Bij deze signalen moet u onderzoeken wat de oorzaak, de ernst en de omvang van het probleem is. U doet dat bijvoorbeeld door (visuele) inspectie en/of metingen (zie Onderhoudsactiviteiten). Zo kunt u de infiltratiecapaciteit en de berging van de voorziening bepalen en toetsen aan het ontwerp. U kunt op basis van de resultaten van dit onderzoek en de toetsing aan de gewenste situatie besluiten om in te grijpen. U gaat dan correctief onderhoud doen. Heeft u een onderhouds-maat-regel uitgevoerd, dan vervalt de voorziening weer in het preventieve onderhoudsprogramma. In figuur A staat dit beheerschema.
 

Figuur A Het beheerschema
 
De volgende subpagina's bespreken de beheercycli van de verschillende voorzieningen.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel