Bij afname van de bergingscapaciteit neemt het volume dat beschikbaar is voor het bergen van regenwater af. Hierdoor neemt de hoeveelheid water toe die de infiltratievoorziening via de overloopconstructie loost.

Afname van de bergingscapaciteit kan optreden door drie mechanismen:
  • verzakking
  • afzetting
  • stijging grondwaterstand.

 

Verzakking
Door verzakking kan de bovengrondse berging van oppervlakte-infiltratievoorzieningen afnemen. Mogelijke oorzaken zijn:

  • zetting van de overloopdrempel De bovengrondse berging van de oppervlakte-infiltratievoorziening is gevoelig voor verzakking van de overlaatdrempel. De bergende hoogte is vaak maximaal 0,30 m. Als de drempel enkele centimeters verzakt, veroorzaakt dat verhoudingsgewijs een grote afname van de berging.
  • verhoging van de bodem. Een omgekeerde vorm van verzakking is het ‘omhoog groeien’ van de bodem van de oppervlakte-infiltratievoorziening. Door het uitzetten van de bodem neemt de berging af.

 

Afzetting
Afzetting van zand, slib, straatvuil (ook tijdens de bouwfase) en bladeren kan een substantiële afname van de berging veroorzaken. Afzetting is vooral een aandachtspunt bij ondergrondse infiltratievoorzieningen, omdat het effect dan niet direct zichtbaar is. Daarnaast is de berging bij ondergrondse infiltratievoorzieningen vaak minder dan bij oppervlakte-infiltratievoorzieningen en doorlatende verharding. De oorzaken van afzetting zijn nader toegelicht onder dichtslibbing.
 
Stijging grondwaterstand
Een stijgende grondwaterstand leidt tot een (tijdelijke) afname van de beschikbare bergingsvolume in de ondergrond.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel