De gemeentelijke grondwaterzorgplicht is van toepassing als de gebruiksfunctie van de grond (zoals de woonfunctie) structureel is beperkt. Hiervan is sprake als het normale gebruik structureel wordt belemmerd. De Waterwet omschrijft niet wat 'normaal' of 'structureel' inhoudt.

Wat in elk geval buiten de zorgplicht valt

Wel is helder dat de zorgplicht niet van toepassing is op parkeergarages, tunnels en andere (grotendeels) ondergrondse bouwwerken die lijden onder de gevolgen van grondwater. Overlast bij ondergrondse bouwwerken vraagt vooral om bouwkundige oplossingen. Het realiseren van een geschikte ontwateringsdiepte is dan feitelijk geen optie, omdat in dergelijke gevallen een ontwateringsdiepte van enkele meters nodig zou zijn.1 Van belang hierbij is dat van gemeenten niet wordt verwacht dat zij een bepaalde grondwaterstand vastleggen of garanderen.2 Juridisch gezien hoeft de gemeente dan ook voor diepe bouwconstructies geen grondwaterstandregulerende maatregelen te treffen. Kelders worden niet expliciet genoemd, maar aangenomen mag worden dat kelders en souterrains hier ook onder vallen. De grondwaterzorgplicht verandert immers niets aan de bouwregelgeving. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de goede staat van hun woning, inclusief kelders. Wie geen water in zijn kelder wil, moet dus zelf maatregelen treffen. Een natte kelder door instromend grondwater is dus geen grondwateroverlastprobleem maar een 'nattekelderprobleem'. Een beroep van huiseigenaren dat de gemeente bij kelderproblemen in strijd met de grondwaterzorgplicht handelt, lijkt dan ook weinig kansrijk. Maar over de grondwaterzorgplicht in relatie tot bouwregelgeving zijn tot nu toe (anno 2019) nog geen rechterlijke uitspraken gedaan.

De termen structureel en incidenteel

De Waterwet omschrijft niet wat 'structureel' is, dat moet blijken uit het GRP (zie GRP als hulpmiddel en referentiekader). Toch is er bij de formulering bewust voor gekozen dat de nadelige gevolgen van de grondwaterstand structureel moeten zijn. Klimatologische omstandigheden (zoals af en toe extreme neerslag) kunnen leiden tot een tijdelijk hogere grondwaterstand. Hierdoor vermindert de gebruiksfunctie weliswaar even, maar dat betekent niet per definitie dat deze ook op de langere termijn wordt aangetast. Hiermee ligt een zeker (normaal maatschappelijk) risico bij de perceeleigenaar. Incidenteel moet hij dus een zekere mate van wateroverlast accepteren en/of daartegen zelf maatregelen treffen.3 
___________________________________________________________
Kamerstukken II, 2005–2006, 30 578, nr. 3, p. 17 (Memorie van Toelichting bij de Wet gemeentelijke watertaken).
2 Kamerstukken II, 2005–2006, 30 578, nr. 3, p. 18.
3 Kamerstukken II, 2005–2006, 30 578, nr. 3, p. 17.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel