Perspectief van de samenwerking

De afgelopen decennia hebben gemeenten en waterschappen lozingen uit de industrie en huishoudens voortvarend aangepakt. Hierdoor is de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Gemeenten en waterschappen hebben veel energie en geld gestoken in:

  • de aansluiting van huishoudens en industrie op het afvalwatersysteem (riolering en zuivering);
  • de aanpak van ongewenste rioollozingen (overstorten).

Ondanks deze inspanningen lijkt de verbetering van de waterkwaliteit en de waterbodems te stagneren. Terwijl de beleidsdoelstellingen op veel locaties nog steeds niet zijn bereikt en de streefwaarden voor bepaalde stoffen nog niet in zicht zijn.
 
De oorzaken van waterverontreiniging zijn:

  • grensoverschrijdende rivieren;
  • atmosferische depositie (neerslag);
  • de zogenaamde diffuse bronnen.

De diffuse bronnen zijn inmiddels de grootste oorzaak van waterverontreiniging. De diffuse verontreiniging bestaat onder meer uit zware metalen en nutriënten (stikstof, fosfaat) die kunnen leiden tot overmatige algenbloei en eutrofiëringproblemen in het watersysteem. De landbouw en het meststoffenbeleid spelen in dit verband een grote rol. Deze onderwerpen vallen buiten de scope van dit onderdeel. Dit geldt ook voor bronbeleid op rijks- of EU-niveau om diffuse verontreiniging te verminderen.

Nut van de samenwerking

Het stedelijke gebied is niet de grootse leverancier van nutriënten, maar is wel een bron van verschillende verontreinigingen. Al het afstromende regenwater komt uiteindelijk in de bodem en het watersysteem terecht. Dus is er een directe relatie tussen inrichting en beheer van de openbare ruimte en de waterkwaliteit. Uit een evaluatie van de aanpak van diffuse bronnen (RIZA en UvW, 2003) blijkt dat veel regio’s diverse onderwerpen van duurzaam bouwen en het beheer van de openbare ruimte oppakken. Maar van een samenhangende strategie is geen sprake. Dit komt mede doordat er veel partijen bij betrokken zijn, zoals diverse afdelingen van gemeente en waterschap, en maatschappelijke organisaties. Het is een lastig onderwerp dat ook van de politiek niet de hoogste prioriteit krijgt. Maar wel een onderwerp dat zich leent voor intensieve samenwerking tussen gemeente en waterschap. Het waterschap is primair verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en daarmee ‘probleem-eigenaar’. Maar het heeft weinig middelen om eventuele problemen aan te pakken. Voor de aanpak van diffuse verontreinigingen (ook uit het stedelijke gebied) is het waterschap afhankelijk van generieke bronmaatregelen. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het milieubeleid, inrichting en beheer van de openbare ruimte en duurzaam bouwen, al heeft zij zeker bij de laatste ook maar beperkte mogelijkheden.

Aandachtspunten voor het proces

  • ‘Oneigenlijk gebruik instrumentarium’
    Diverse waterschappen proberen gemeenten via de Wvo-vergunning te dwingen een plan van aanpak voor het terugdringen van diffuse verontreinigingen op te stellen. Deze ‘dwangstrategie’ lijkt vanuit het oogpunt van de waterkwaliteitsbeheerder begrijpelijk, omdat op veel plaatsen onvoldoende urgentiegevoel bestaat. Juridisch gezien is het de vraag of het waterschap deze bepalingen in de Wvo-vergunning mag opnemen. Tenslotte moet de gemeente zorgen voor een doelmatige inzameling en transport van het afvalwater. Het waterschap kan haar niet via de Wvo-vergunning (of aansluitvergunning; zie Scheiden van schoon en vuil water) voorschrijven hoe zij dat moet doen. Dat is oneigenlijk gebruik van het Wvo-vergunningsinstrument, dat alleen gericht zou moeten zijn op de lozing zelf.
  • Meedenken en -praten
    Waterkwaliteitsbeheerders en gemeenten kunnen bij de aanpak van diffuse verontreinigingen veel bereiken door samen te werken. De gemeente is bevoegd gezag voor het milieu en het beheer van de openbare ruimte. Het waterschap zou bijvoorbeeld kunnen meepraten en meedenken over de formulering van het gemeentelijke milieubeleid en de uitwerking van duurzaam bouwen. Zo kan het waterschap zorgen dat het belang van een goede waterkwaliteit in de daarvoor bestemde gemeentelijke (milieu- en ruimtelijke) plannen is verankerd. Denk daarbij aan onderwerpen als:
    • omgaan met bouwmetalen (koper, zink);
    • bouwstoffenbeleid;
    • onkruidbestrijding (gebruik van chemische middelen of mechanische bestrijding);
    • afkoppelen van verharde gebieden en de mogelijke risico’s voor het milieu;
    • gezamenlijke voorlichting aan burgers en bedrijfsleven over duurzaam bouwen, een duurzame inrichting en goed gebruik van de openbare ruimte.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel