OPINIE HUGO GASTKEMPER

Regenwateroverlast aangepakt (september 2015)

De inventarisatie aanpak regenwateroverlast die Stichting RIONED in juli 2015 publiceerde, maakt het iedereen duidelijk: gemeenten werken massaal aan het beperken van de gevolgen van hoosbuien.

De inventarisatie is het eerste representatieve, kwantitatieve onderzoek naar de regenwateroverlastproblemen die gemeenten ervaren, de maatregelen die zij ertegen nemen en de kosten die zij maken voor de aanpak ervan. Aanleg van afzonderlijke regenwaterafvoeren is de meest toegepaste maatregel, maar bovengrondse berging en verwerking op particulier terrein komen steeds meer voor. Eenderde van de investeringen is geheel of gedeeltelijk gericht op verbeterde opvang van hemelwater.

Het heeft Stichting RIONED hoofdbrekens gekost om de vragenlijst op te stellen en de gemeenten om deze in te vullen. Ik vind dat logisch. De afwegingen die gemeenten in de praktijk moeten maken, zie je terug in de vraagstelling. Zo zijn in de vakwereld de afbakening en het gebruik van de begrippen hinder, wateroverlast en waterschade niet precies. Wat bijvoorbeeld voor de een overlast is, is voor de ander al schade. En deze waardering kan variëren, zowel tussen vakmensen onderling als met bewoners en bestuurders.

Verschillen ontstaan ook door de registratie van meldingen. De ene gemeente merkt meer op dan de ander of registreert meer of preciezer. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is in een overkoepelend benchmarkrapport, wordt één gemeente met naam genoemd. Amsterdam heeft namelijk de overlast voor bewoners van de zware buien op 28 juli 2014 actief opgevraagd met een speciale socialemediacampagne, krantenartikelen en een website. In combinatie met gegevens van brandweer en verzekeraars zorgde dit ervoor dat meer dan de helft van de gerapporteerde meldingen in 2014 in Amsterdam zijn gedaan. Het oproepen van bewoners en het analyseren van meldingen van hulpdiensten leveren meer inzicht op. Het conceptpersbericht dat Stichting RIONED deze zomer naar de gemeenten heeft verstuurd, is daarbij als hulpmiddel in te zetten.

Verschillen zien we ook bij de kostentoerekening. Doordat een maatregel aan de riolering meerdere effecten kan beogen (zoals meer afvoer of berging van hemelwater), is vaak lastig aan te geven voor welk doel welke kosten zijn gemaakt. Bovendien zijn de maatregelen soms onbenoemde onderdelen van grote herstructureringsprojecten. Daarom is in het onderzoek gevraagd naar de totale investeringsbedragen van de projecten die geheel of gedeeltelijk gericht zijn op het tegengaan van regenwateroverlast.

Het onderzoek is dus naast een landelijke inventarisatie typisch een benchmark waarvan gemeenten kunnen leren door zich met elkaar te vergelijken. Want met de vragen op welke hoosbuien we ons voorbereiden, welke schade acceptabel is en hoe we de gevolgen bestrijden, is de vakwereld – samen met bewoners en bestuur – nog wel even bezig.

Lees het rapport 'Gemeentelijke aanpak regenwateroverlast'

Hugo Gastkemper

Over RIONED


U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE