Het doelgerichte planvormingsproces richt zich op de volgende punten:
  • Actorenanalyse;
  • Beleidsanalyse;
  • Aanleidingen voor het waterplan vaststellen;
  • Gezamenlijke doelstellingen van de planvorming formuleren;
  • Afbakenen van het beoogde eindresultaat (abstractieniveau, tijdshorizon, inhoudelijke thema’s). 
De actorenanalyse is noodzakelijk om te bepalen welke ‘zelfstandig opererende partijen’ (= actoren) onderscheiden moeten worden. Ook moet zij achterhalen hoe elk van deze partijen in het planproces betrokken kan worden en wat de doelstellingen van elke partij zijn. De analyse van het vigerende beleid van elke actor moet duidelijk maken op waarop beleidsmatige parallellen te vinden zijn en op welke punten juist tegenstellingen overbrugd moeten worden. Het vaststellen van de aanleidingen van elke betrokkene biedt inzicht in het vertrekpunt voor het planvormingsproces en eventuele inhoudelijke analyses. De gezamenlijk geformuleerde doelstellingen dienen de helderheid van het planvormingsproces te bevorderen. Hetzelfde geldt voor het afbakenen van het beoogde eindresultaat.
 
Bovenstaande stappen resulteren in duidelijkheid over de betrokken partijen en over de grenzen en mogelijkheden van de planvorming. De waterleidingmaatschappij en de provincie worden nauwer betrokken bij de planvorming. Daarnaast blijkt behoefte te bestaan aan een inhoudelijke analyse van het functioneren van het watersysteem en de waterketen. Wat reden is om de inhoudelijke ondersteuning in gang te zetten. De afbakening van het planproces resulteert ook in de constatering dat er (eerst) een beleidsmatig waterplan moet komen met richtinggevende keuzes op hoofdlijnen.
 
Al doende blijkt dat de inhoudelijke analyse van het functioneren van het watersysteem en de waterketen bijna eindeloos voortsleept. Dit ondanks de afspraak om niet in de details te gaan verzanden. De telkens weerkerende vraag om (basis)gegevens en vertragingen in de oplevering daarvan, leiden tot irritatie bij de betrokkenen. Bij de uiteindelijke oplevering van de inhoudelijke analyses blijkt dat het functioneren nauwelijks afwijkt van de allereerste grove benadering. Die was op pure vak- en gebiedskennis gebaseerd, ter voorbereiding van de inhoudelijke analyses! Met de onderbouwing van het functioneren is het tijd voor de richtinggevende beleidsmatige keuzes op hoofdlijnen. Hier blijken harde feiten toch nog voor veel interpretatie vatbaar. Bovendien legt de ene actor op heel andere punten de nadruk dan de andere. Er ontstaat, ondanks de inhoudelijke analyses, een onderhandelingsproces tussen de direct betrokken actoren. Daarbij blijkt niet de inhoud centraal te staan, maar het verkrijgen van een door alle actoren onderschreven resultaat. Uiteindelijk lukt het om alle actoren achter één set van beleidskeuzes te krijgen. Het resultaat is opgetekend in de ‘Watervisie Tuinstad’, welke in de wandelgangen ‘het koepelplan’ genoemd wordt.

Typering vraagstuk

Uitgaande van de drie factoren uit Vraagstukken en hulpmiddelen kan het type vraagstuk snel worden geplaatst
  • Overzichtelijkheid: draaikolk
  • Aantal actoren: groot
  • Best.-maatsch. aandacht: klein (!)
Het proces staat dus opnieuw centraal.
 
De inhoud raakt ondergesneeuwd. De bijbehorende analyses staan ter discussie. Men durft zich niet te baseren op (eigen) expertise, zelfs niet voor een eerste inperking van de problematiek. Er treedt een ‘vlucht’ in inhoudelijke analyse op. Via onderhandelingen moeten deze tekortkomingen worden opgelost. Het lijkt niet goed mogelijk deze compleet op te heffen
 
Nu in het koepelplan de nodige afbakening en enkele keuzes op hoofdlijnen gemaakt zijn, kan Watervisie Tuinstad tot meer concrete maatregelen uitgewerkt worden. De partijen vinden dit het juiste moment om terug te keren naar het oorspronkelijke participatieve planproces. Niet om het koepelplan ter discussie te stellen, maar om samen met de burgers wijkgerichte maatregelenplannen te maken op basis van de in Watervisie Tuinstad aangegeven keuzes en afbakening.
 
Keuze is afhankelijk van formulering: de autofabrikant
Een autofabrikant moet door economische tegenslag fors bezuinigen en inkrimpen. Het ziet er naar uit dat drie fabrieken moeten worden gesloten met een verlies van 6000 arbeidsplaatsen. Er zijn twee saneringsplannen:
  • a, een plan om één fabriek te redden en 2000 banen veilig te stellen;
  • b, een plan om alle fabrieken en banen te redden met een kans van slagen van eenderde, maar de kans is twee keer zo groot dat alle fabrieken en banen verloren gaan.
Uit een test bleken 80% van de mensen te kiezen voor plan (a). Wanneer de keuze echter anders gebracht werd, veranderden de resultaten:
  • c, en plan wat resulteert in het sluiten van twee van de drie fabrieken en een verlies van 4000 banen;
  • d, een plan met een kans van tweederde dat alle fabrieken gesloten moeten worden en alle banen verloren gaan maar met een kans van eenderde om alle banen en fabrieken te behouden.
Nu koos 80% voor plan (d).
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel