OPINIE HUGO GASTKEMPER

Voorsorteren op de Omgevingswet (april 2016)

De gevolgen van de Omgevingswet voor het stedelijk waterbeheer beginnen zich af te tekenen. Het goede en noodzakelijke blijven behouden, terwijl er volop kansen zijn om de ambities op het gebied van water nadrukkelijker mee te wegen in de totale ruimtelijke afweging.

De bedoeling is dat eind 2018 de Omgevingswet in werking treedt. Deze wet bundelt veel bestaande wetten en besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. Daarnaast wil de Omgevingswet een andere cultuur bewerkstelligen waarin het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving centraal staat in plaats van de vraag ‘mag het wel?'.

Elke gemeente maakt een omgevingsvisie waarin de ambities staan. In het eveneens verplichte omgevingsplan staan alle lokale regels voor de fysieke leefomgeving. De vraag 'wat willen we met water in de gemeente?' past prima in de omgevingsvisie. Relevante aspecten hierbij zijn bijvoorbeeld de toegevoegde waarde van openwaterpartijen voor beleving en recreatie, het omgaan met hemelwater, de gewenste waterkwaliteit, het tegengaan van te veel of te weinig grondwater en klimaatadaptatie. Deze zaken kunt u nu in het (verbrede) gemeentelijk rioleringsplan en/of het waterplan bepalen. Het ligt niet voor de hand (maar het is wel toegestaan) om dergelijke strategische aspecten in het voortaan vrijwillige gemeentelijk rioleringsprogramma (de beoogde opvolger van het GRP) te regelen. De concretisering van de strategische ambities hoort juist wel in het rioleringsprogramma. Daarmee vormt het programma een goede basis voor de rioolheffing. Op deze wijze en met de nieuwe naam rioleringsprogramma blijft het gemeentelijk rioleringsplan in mijn ogen feitelijk verplicht.

De zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater blijven inhoudelijk ongewijzigd in de Omgevingswet. Ik vind het een belangrijke geruststelling dat deze basis van het stedelijk waterbeheer gelijk blijft.

De huidige voorschriften voor aansluiting op de riolering, lozingen in riolering en oppervlaktewater, en bouwen in relatie tot drooglegging en vochtwerendheid komen in nieuwe, landelijk geldende AMvB's. Een gemeente of waterschap mag desgewenst aanvullende voorschriften in respectievelijk het omgevingsplan of de keur vaststellen. Voor voorschriften met geen of weinig lokale afwegingsruimte is centrale regelgeving het duidelijkst voor de burger en het meest efficiënt voor de overheden. Dit geldt onder meer voor algemene bouw- en lozingsvoorschriften. Lokaal moet een gemeente bijvoorbeeld de eisen aan een perceelaansluiting stellen en bepalen welke panden geen rioolaansluiting krijgen. Ook kan de gemeente zelf aangeven welke particulieren en bedrijven hemelwater mogen aanleveren of dat zij regenwater op eigen terrein moeten verwerken. Ook bepaalt de gemeenten in samenspraak met het waterschap bijvoorbeeld of een particulier een eigen afvalwaterzuivering mag installeren.

Komende zomer worden de concept-AMvB's gepubliceerd voor commentaar. Dan weten we wat het Rijk centraal wil regelen. Stichting RIONED zet zich in om alles wat overheden niet per se lokaal hoeven regelen in landelijke regelgeving te krijgen. En áls in de wettelijke regelgeving gaten dreigen te vallen, kunnen we helpen om modelvoorschriften op te stellen.

Aandachtspunt is ook de verhouding tussen gemeente en waterschap. Mede op basis van het Bestuursakkoord Water blijven vergunningen voor aansluiting op de zuivering en voor overstorten achterwege, omdat de rioleringsplannen in goed overleg tot stand komen. Ook kijken gemeenten en waterschappen bij investeringen gezamenlijk naar de laagst mogelijke maatschappelijke kosten over het geheel van riolering en zuivering. Nieuwe waterschapskeuren moeten dit proces niet doorkruisen. De VNG en UvW willen hierover afspraken maken. Ik ondersteun dit graag.

De Omgevingswet beoogt een cultuurverandering naar ruimte voor particulier initiatief en vertrouwen in ontwikkelingen. Uit de reacties op een ruimer beleid voor het bebouwen van de kust blijkt dat de samenleving ook belang hecht aan het beschermen van het bestaande. En zo blijft de ruimtelijke ordening wat het is: een geordende belangenstrijd over het gebruik van de ruimte. De tijd zal leren of de Omgevingswet hierin wezenlijke accenten verlegt of neerkomt op het door elkaar husselen van bestaande plannen en regels.

Hoe dan ook, voor het stedelijk waterbeheer blijven het goede en noodzakelijke behouden, terwijl er volop kansen zijn om de ambities op het gebied van water nadrukkelijker mee te wegen in de totale ruimtelijke afweging.

Hugo Gastkemper

Over RIONED


U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE