OPINIE HUGO GASTKEMPER

Sociale klimaatadaptatie (november 2016)

In het klimaatadaptatiebeleid van de overheid ligt de nadruk te veel op fysieke ingrepen en te weinig op gedragsaanpassing. De zelfsturende kracht van mensen wordt onderschat. Regen, hitte en droogte zijn geagendeerd, maar grote opgaven als woningisolatie en klimaatvluchtelingen vreemd genoeg nauwelijks. Het adaptatiebeleid moet en kan maatschappelijker, praktischer en ambitieuzer.

We passen ons aan aan het dagelijkse weer. Meestal moeiteloos, maar ook graag met geklaag. Of we de kou, regen, warmte, grijsheid of wind echt vervelend vinden of dat het even lekker maatschappelijk geaccepteerd afreageren is, blijft vaak in het midden. In elk geval kleden wij ons op het weer en passen we ons gedrag erop aan. We gaan wel of juist niet naar buiten, pakken paraplu, slee of zonnebrand en houden huis en werkplaats zo goed mogelijk op ongeveer 18 graden, de optimale omgevingstemperatuur voor homo sapiens. Als we naar een andere klimaatzone vliegen, bereiden we ons daarop voor en lukt het aanpassen meestal snel.

Opvallend is dat we nu alles aan klimaatverandering toeschrijven, terwijl extremen gewoon bij het weer horen. Het heeft altijd een keer uitzonderlijk gehageld, gestormd en gehoosd. En extremen hebben altijd schade toegebracht aan gebouwen en gewassen. Kenmerkend voor klimaatverandering is het verschuiven van de extremen.

De invloed van klimaatverandering is groot en moeten we afremmen door de uitstoot van broeikasgassen snel aanzienlijk te verminderen. Tegelijk merken we veel gevolgen niet op, met name als we ze positief vinden. Nederland krijgt naar verwachting het klimaat van Bordeaux en dat is winst voor al die Nederlanders (en Fransen) die nu nog voor dit weer zomers naar het zuiden rijden. Gewassen gedijen goed en de werkomstandigheden verbeteren door hogere temperaturen in de donkere maanden. Vorstverlet wordt een begrip dat jongeren in het woordenboek moeten opzoeken. Van april tot oktober kunnen we buiten leven. Tuinen, parken, terrassen, meren en stranden zijn de plekken waar we massaal ontspannen en ontmoeten. Horeca profiteert. Andere bedrijven zijn juist de klos. De wintercollectie die in de rekken bleef hangen, is niet de hoofdreden van het faillissement van V&D en andere winkels, maar gaf wel het laatste duwtje. Winnaars en verliezers zie je ook bij de landbouw (meer opbrengst en minder energieverbruik in de kassen versus nieuwe ziekten en teeltaanpassingen) en in de natuur (soortenverschuiving).

Beleidsmatig is er vrijwel alleen aandacht voor de negatieve gevolgen van klimaatverandering: toename van intensieve neerslag, zomerhitte en droogte. Bewoners en bedrijfsleven agenderen deze problemen gemakkelijk omdat ze zo nabij en herkenbaar zijn. Verder is de aanpak overzichtelijk en zodra er echte knelpunten zichtbaar worden, zijn er draagvlak en geld voor die aanpak. Zomerse hoosbuien en langdurige zware regen in andere seizoenen pak je aan volgens het principe afvoeren waar mogelijk en bergen waar nodig. De waterberging is het eenvoudigst op straat, in het openbaar groen en de tuinen. Daar is de ruimte of is deze te creëren om te voorkomen dat schade ontstaat door water in gebouwen, geblokkeerde wegen of opdrijvende putdeksels. De overlast die we ervaren van water op straat, is dus tegelijk de oplossing voor echte problemen. De crux zit bij de acceptatie van water op straat door de mens en niet in de technische realisatie.

Water op straat is de nieuwe sneeuw: het is incidenteel en van korte tijd en lastig en leuk tegelijk. Nu al investeren de gemeenten meer dan 200 miljoen euro per jaar in maatregelen die (gedeeltelijk) regenwateroverlast tegengaan. Deze inspanning blijft de komende jaren vooral gestuurd door de feitelijk ervaren overlastproblemen. De waterschappen realiseren zich sinds de zware regen van dit voorjaar ook dat ze veel meer moeten doen dan de oude normen uit het Nationaal Bestuursakkoord Water. Ik denk dat een vergelijkbare, effectgerichte aanpak als in de stad het beste is. Samen met getroffenen kijken wat er is gebeurd, waar sprake is van echte schade en waar van overlast, hoe groot de schade zou zijn bij nóg meer regen en samen bekijken waar berging moet komen en extra afvoer mogelijk is. Het restrisico moet verzekerbaar zijn.

Bij hitte is toepassen van het hitteplan al standaard en algemeen bekend, getuige de journaalitems waar in verzorgingshuizen fris en waterijsjes worden uitgedeeld. Veel maatregelen zijn simpel, gelden voor iedereen en gaan weer om gedrag: niet overmatig inspannen, genoeg drinken, overdag ramen en gordijnen dicht en 's nachts juist open, en ventilatoren gebruiken (geen airco's). Daarentegen is het huidige adaptatiebeleid sterk ruimtelijk georiënteerd op zaken als meer bomen en groenblauwe daken. Prima maatregelen, maar wel ingrijpend, lastig en kostbaar. Dat is helemaal het geval als we denken aan nieuwe vormen van stedelijke inrichting, waar bij uitstek functionele en culturele aspecten met elkaar verweven zijn. Het is inspirerend om vergezichten en mooie ontwerpen te schetsen, maar laten we ook praktische, snel te realiseren maatregelen als zonwering en zonwerende beglazing promoten.

Sociale klimaatadaptatie vind ik onderschat vergeleken met ruimtelijke aanpassing. Het is effectief, gemakkelijk, snel en goedkoop en heeft veel draagvlak. Een kans voor ruimtelijke adaptatie zie ik in de combinatie met mitigatie. Hoog tijd voor massale woningrenovatie gericht op energiebesparing, levensloopbestendigheid en het opheffen van bouwkundige gebreken, waaronder vochtoverlast en funderingsproblemen. Een goed geïsoleerd gebouw is energiezuinig, houdt warmte vast in de winter en is koel in de zomer.

Ten slotte mijn grootste zorg: klimaatvluchtelingen. Dit punt is nu juist niet geagendeerd, maar klimaatvluchtelingen zijn er wel. De oorlog in Syrië is mede ontstaan door jarenlange droogte (Planbureau voor de Leefomgeving - De Staat van het Klimaat, 2015). Hetzelfde geldt voor een groot deel van de vluchtelingenstroom uit Afrika. Droogte en zeespiegelstijging gaan meer mensen tot migratie dwingen. Ontwikkelingssamenwerking en klimaatadaptatie expliciet verbinden, onder meer door de aanpak van voedsel- en waterproblemen, vind ik een waardevolle aanbeveling van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) (Achtergronden bij wereldwijde klimaateffecten – Risico's en kansen voor Nederland, 2015). Het PBL schrijft ook dat klimaatmigratie van alle tijden is, maar dat er nu nog geen aanwijzingen zijn dat klimaatvluchtelingen naar Nederland of de EU komen. Je kunt alleen hopen dat dit zo blijft.

Hugo Gastkemper

Over RIONED


U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE