|
systeem |
Variant |
|
doorlatende verharding |
1. waterdoorlatende stenen 2. stenen met openingen 3. halfverharding |
|
ondergrondse infiltratie |
4. riolen 5. natuurlijke materialen 6. kunststof producten |
|
oppervlakte infiltratie |
7. wadi’s/infiltratieveld |
|
rechtstreekse lozing |
8. ongezuiverd lozing 9. gezuiverde lozing 10. verbeterd gescheiden stelsel |
De subsystemen worden op verschillende criteria getoetst. Per criterium kan een score tussen 0 en 5 worden verkregen. Hoe hoger de score hoe groter de geschiktheid van het subsysteem. De scores zijn ook vertaald in een kleur. De prestatiemeter berekent ook een totaalscore. Hierbij wordt verschillende criteria een gewichtsfactor gebruikt. Een score 0 wordt slechts bij een beperkt aantal criteria gegeven. Deze score geeft aan dat de oplossing voor het betreffende criterium technisch zeer moeilijk is, of milieukundig zeer ongewenst. Door goede scores bij de andere criteria kan de oplossing nog steeds een goede gemiddelde score hebben. Als er sprake is van een score 0 bij een van de criteria wordt daarom bij de gemiddelde score een waarschuwing gegeven.
De aspecten waarop de systemen getoetst worden zijn:
|
criterium |
Toelichting |
gewicht |
|
vervuiling (grond)water |
De vervuiling van het grondwater of het oppervlaktewater is afhankelijk van de mate waarin verontreinigingen worden afgevangen in de bodem bij infiltratievoorzieningen, of door middel van vuilreducerende voorzieningen bij rechtstreekse afvoer naar oppervlaktewater. |
20% |
|
water vasthouden |
Systemen met een vertraagde afvoer (infiltratie) krijgen de hoogste scoren. Systemen die het hemelwater uit het gebied, naar de RWZI, afvoeren scoren het laagst. |
10% |
|
zichtbaarheid |
De score is enerzijds afhankelijk van de bij de randvoorwaarden opgegeven wenselijkheid van een zichtbaar systeem en anderzijds van het feit of het systeem boven- of ondergronds wordt aangelegd. |
5% |
|
grondwaterstand |
Infiltratievoorzieningen functioneren alleen als de grondwaterstand lager ligt dan de bodem van de voorziening. De score voor dit onderdeel wordt beïnvloed door: De grondwaterstandheeft heeft geen invloed op het functioneren van een systeem met rechtstreekse afvoer. |
10% |
|
doorlatendheid bodem |
Hoewel een goede doorlatendheid van de bodem geen essentiële voorwaarde is voor infiltratie als een afvoerdrain wordt gebruikt, is het wel een pluspunt. De doorlatendheid heeft geen invloed op het functioneren van een systeem met rechtstreekse afvoer. |
10% |
|
beschikbare ruimte bovengronds |
De score is afhankelijk van het beschikbare ruimtebeslag en het benodigde ruimtebeslag. |
5% |
|
inpasbaarheid systeem |
In deze score komt de geschiktheid van de systemen in relatie tot het type locatie naar voren. Zo is bijvoorbeeld grasverharding niet goed toepasbaar op een doorgaande rijweg. Een (infiltratie)riool is daarentegen juist goed toepasbaar onder wegen. |
10% |
|
gevoeligheid verkeerde aansluitingen |
De score is afhankelijk van het effect dat verkeerde aansluitingen hebben op de emissie van het systeem. |
15% |
|
robuustheid vervuiling/verstopping |
De score is afhankelijk van de betrouwbaarheid van het functioneren van het systeem. |
15% |
|
totaal |
|
100% |
open toepassingsindicator