Een pomp is een machine waarmee een vloeistof of een gas kan worden verplaatst. Pompen verplaatsen de vloeistof of het gas direct, of creëren een drukverschil waardoor de te verplaatsen materie gaat stromen. Voor regenwatersystemen worden over het algemeen ondergedompelde centrifugaalpompen gebruikt. Deze leveren een constant debiet bij een constante opvoerhoogte.
Pompen kunnen het regenwater gedoseerd in een zuiverende voorziening leiden of het ingezamelde regenwater naar een plek transporteren waarheen dit onder vrijverval niet mogelijk is.
Een pomp verpompt een bepaald debiet bij een bepaalde opvoerhoogte. Deze opvoerhoogte berekent u als volgt:
H = Hstat + Hdyn.leiding + Hdyn.overig
De statische opvoerhoogte (Hstat) is het verschil tussen het pers- en het zuigpeil.
(Hdyn.leiding) is de weerstand van de leiding.
De overige dynamische weerstand (Hdyn.overig) betreft afsluiters, T-stukken, terugslagkleppen, bochten en dergelijke.
Een goed ontwerp is van belang om de pomp zijn werk zo energiezuinig mogelijk te laten doen. Dit realiseert u door een pomp te kiezen die past bij het te verwachten toepassingsbereik.
Het beheer is sterk afhankelijk van grootte en type pomp. Meer hierover vindt u in module C6000 van de Leidraad Riolering.